De gemeente gratie - pagina 53
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
OPLOSSING VAN ROOMSCHE ZIJDE.
49
en wereldbeschouwing teruggekeerd, en heeft gelijkweer van meer dan ééne zijde de voorliefde voor het eeren én van de particuliere én van de gemeene gratie haar kracht betoond, theoretisch kelijke eigene levens-
tijdig
in de leer,
en niet minder practisch in ons optreden.
VII. Gereformeerd uitg^aiigspunt.
Onder dewelke ook vleesches
wij allen eertijds
onzes vleesches,
de begeerlijkheden
verkeerd hebben
doende
in
den wil des
der gedachten, en wij waren van nature kin-
en
deren des toorns, gelijk ook de anderen.
Epheze
De Gereformeerde kerken hetgeen voorviel
in
belijden,
en zulks wel in dien
„tenzij
Van
zin,
tot alle
in
:
3.
Schrift, dat door
het nu verloren Paradijs „onze natuur alzoo
dorven geworden, dat wij allen
goed en geneigd
conform de Heilige
2
is
ver-
zonde ontvangen en geboren worden",
„dat wij ganschelijk
kwaad". Een
onbekwaam
eenig
zijn tot
staat waarin geen keer
kan komen,
we
door den Geest Gods wedergeboren worden". deze belijdenis nu kan niet gezegd, dat ze accordeert met onze
persoonlijke ervaring, noch ook
Niet met onze persoonlijke
met
veel dat
ervaring,
we
want ook
elders in de Schrift lezen.
van
bij
alle
geloof ver-
vreemde menschen, bij wie we met geen wedergeboorte rekenen mogen, ontmoeten we velerlei levensuiting, die lieflijk aandoet, en wel verre van tot het
we
kwaad
te neigen, er veeleer tegen ingaat.
den vriend Gods,
te
beschamen.
—
wordt nu volkomen opgelost door de „geneigd tot alle
hoe elk mensch
De
met wat Abraham,
niet
schijnt zelfs
tegenstrijdigheid, die hierin
gemeene
belijdenis der
kwaad en onbekwaam
zich, buiten
En evenzoo
Abimelech
elders in de Heilige Schrift vinden.
tot eenig
gratie.
goed" spreekt dan
ligt,
Het uit,
wedergeboorte, openbaren zou, als de gemeene
toom hield en de ervaring toont ons dan, hoe de mogendheid des Heeren „de booze natuur" achter de trahes der gemeene gratie grootendeels onschadelijk maakt. Het „onbekwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad" is dan niet de uitdrukking van hetgeen gratie zijn booze aandrift niet in
we
in
„den wedergeborene" vinden, noch ook van hetgeen
meene leven bij van wat in de II.
;
alle niet
wedergeborenen opmerken
aandrift onzer bedorven
;
we
in
het ge-
maar de erkentenis
natuur hgt, en van hetgeen er 4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's