De gemeente gratie - pagina 410
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEESTELIJKE BOOSHEDEN IN DE LUCHT.
406
Dit namelijk, dat wij menschen niet alleen een persoonlijk, maar ook een gemeenschappelijk leven in onderling verband hebben; dat yve individuen, maar ook leden van een geslacht, van een familie, van een gezin, van een kring zijn, en dat er alzoo onderscheid moet worden gemaakt tusschen tweeërlei punt, waarop de inwerking van de geestenwereld iets te zeggen.
kan plaats hebben, t. w. óf op ons persoonlijk leven óf op dit verbandsleven, wat men thans ook wel het sociale leven noemt. Natuurlijk gevoelen de Nominalisten hier niets voor. Zij kennen niet anders dan individuen en laten geen andere gemeenschap noch een ander dan hetwelk ontstaat door de bijeenvoeging van deze individuen. Maar wij Christenen, en met name, wij, als Gereformeerden, wij stonden steeds en staan nog vierkant tegen dit in den grond Pelagiaansche of enkele personen,
verband
toe,
nomialisme over, en weten, dat het gemeenschappelijke er naar de idee zelfs
eerst
is,
zijn niet eerst
en dat
uit dit
gemeenschappelijke het individu opkomt. Er
eenige duizenden menschen, die pas daarna tot een geslacht
worden saamgevoegd, maar het geslacht
komen de enkele personen
op.
is
er eerst, en uit dit geslacht
Zoo ook ontstaat de kerk niet pas, doordat
dat zich tot een kerk saamvoegt, maar worden de geloovigen geboren en wedergeboren, en door hen komt de kerk tot openbaring. Is dit nu waar bij ons geslacht en bij de kerk, dan moet deze zelfde grondstelling natuurlijk overal doorgaan, en moeten we op alle terrein erkennen, dat wel degelijk ook het gemeenschappelijke leven, het verband van het leven, het sociale er eerst zeker aantal geloovigen
de kerk
is
is,
er eerst, en in haar
element van ons leven aan de geestenwereld een aanknoopingspunt biedt,
om
op ons in te werken.
Van de meeste personen kan men dan ook
niet zeggen, dat Satan ge-
noegzaam notitie neemt, om ze persoonlijk te kastijden of te verlokken. Hij weet zeer wel dat verreweg de meesten met den grooten hoop meeloopen, en dat zoo het hem maar lukt, zijn gif in den stroom des levens te druppelen, verreweg de meesten dit gif vanzelf en wilhg indrinken. Wat zou hij zich dan nog de moeite geven om hen persoonlijk te jagen. Slechts enkelen zijn er, die macht in zich hebben om zelfstandig te leven, en om deze ten onder te brengen, moet hij hen persoonlijk aanvallen. Opmerkelijk is het dan ook, dat Satan^ waar eindelijk de Heere Christus verschijnt, zijn aanval zoo persoonlijk mogelijk maakt, persoonlijker dan bij iemand die voor hem was of na hem kwam, en dat hij onder de apostelen nergens gezegd wordt, Nathanaël of Mattheüs te hebben aangevallen, maar wel Petrus en Paulus. De bede in het „Onze Vader" is dan ook in het meervoud: „Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze," en
juist
dat meervoud strekt niet in de eerste plaats
soonlijke aanvechtingen
te
verweren, maar
om
om
zich tegen per-
af te bidden, die
gemeen-
schappelijke booze invloeden, die van Satan op heel de Christenheid of op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's