De gemeente gratie - pagina 561
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN.
kwade posten
enkel
te
557
lezen geeft, terwijl het Pauperisme, dat uit niet-
verzekering voortvloeit, bijna geen activa heeft aan te wijzen, en dat er
daarentegen vellen vol ellendige posten tegen zeer enkele goede posten overstaan.
Ge moogt dus
geteekende
posten van
eenzijdig op die enkele met zwarte kool Assurantiewezen blijven turen, maar hebt
niet
het
uzelven ook wel terdege af te vragen, hoeveel goeds en hoeveel uitne-
mends
er tegenover staat.
En
niet
minder hoevelen met nóg veel zwarter
kool geteekende posten er op het schuldboek van onze menschelijke saamleving staan
bHjven, bijaldien de maatschappij zonder het profijt van het
Assurantiewezen voorttobt.
Intusschen, dit geven
we
voetstoots toe, het doel heiligt de middelen
ware de uitkomst van het Assurantiewezen nóg zoo verblindend schoon, zoo het middel in zichzelf slecht, van God verboden en dus ongeoorloofd werd bevonden, zou het ons verboden zijn, er gebruik van te maken. We komen daarom thans eerst tot de hoofdvraag, of namelijk het
niet,
en
al
Verzekeringswezen, als zoodanig, een goed of een kwaad middel
nu
is
Hierbij
is.
het Verzekeringswezen te omschrijven als een uitvinding, waardoor
de geldelijke schade die ons gemeenschappelijk leven bedreigt, niet langer
neerkomt op den enkele dien zij treft, maar gelijkelijk over allen wordt omgeslagen. Want wel weten we zeer goed, dat deze definitie eerst dan geheel juist zou zijn, indien allen er aan deelnamen, en ook verliezen we schaden
niet uit het oog, dat er
zijn die
wél allen
treffen,
en alleen daarin
den één sneller of sterker treffen dan den ander, maar de bespreking van het Assurantiewezen als zoodanig nemen we het nu
verschillen, dat ze bij
met opzet
in
zijn
meest algemeenen en volledigen vorm,
om
het wezen
der Verzekering én toe te lichten én te toetsen aan de beginselen van
Gods Woord.
Bij zulk
verschillende
vormen, waarin het Assurantiewezen optreedt, tegelijk het
oog te vestigen.
een onderzoek toch
Men moet
is
zich dus afvragen,
het niet wel doenlijk, op alle
wat
is
de eigenlijke be weeg-
kracht, de eigenlijke strekking van het Verzekeringswezen in het
genomen, en eerst daarna kan er sprake van
zijn,
om
in
gemeen
verband met
dit
algemeen beginsel ook op de gewijzigde vormen van zijn verschijning de aandacht te vestigen. En zoo nu gerekend, blijven we bij de gegevene omschrijving.
Ons leven wordt op gevolg
is
allerlei wijze
van brand, van
diefstal,
met schade bedreigd; schade
die het
van watervloed, van hagelslag, van
ziekte,
van ongevallen, van ouderdom, van overlijden en zooveel meer. Die schade niet gelijk. De ééne maal wel, de andere maal niet. Wel den één, den ander. Den één vroeger, den ander later. Den één onder zeer pijnlijke omstandigheden, den ander onder minder pijnlijke. Uit dit alles
treft
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's