In Jezus ontslapen - pagina 83
-
71 dit werpen over de ziel van deze vergetelheid toegaat, een vraag die afzonderlijk beantwoording eischt. Volsta het thans er op te wijzen, hoe de ziel zou hmven weenen, zoo ze door de herinnering achtervolgd werd en van het alle lijden op aarde nog af wist. Iets waaruit volgt, dat afwisschen door God van alle tranen, ook deze genadedaad der
Hoe
is
vergetelheid insluit. of laatste punt raakt de ziel zelve. diep leeft weet zeer wel, dat de smart over onszelf de vlij mendste smart is. Die eindelooze onvoldaanheid. Die zonde uit het verleden die ons naroept. Die onheiligheden, die nog gedurig uit dit ons zondig hart opwellen, en ons vervreemden van onzen God. Dit nu is een smart, die we op aarde niet altoos, maar het scherpst en het meest in onze heiligste oogenblikken gevoelen. Het spreekt dus van zelf, dat de ziel, na het sterven, door deze smart het meest overmeesterd zou worden, en daarover het bitterst zou weenen, overmits het gevoel voor het heilige
Het derde
Wie
dan zooveel sterker spreekt. Doch ook die tranen wischt de Heere van het aangezicht van al zijn lieve kinderen af; en dat spreekt op tweeërlei wijs. Ten eerste door het geloof in den vrede die er is door het een geloof dat hier op aarde nog vaak zoo bloed des kruises te sterken tot zijn volkomenheid, zoodat de ziel niets kwijnt meer met de vroegere zonde uitstaande heeft, en ze het ziet, hoe God dat alles geworpen heeft in de diepte der zee. En ten anderen door de ziel zelve van de zonde af te snijden de volkomen en haar door de genadedaad van het sterven
—
—
,
brengen. En dat juist is het aanbrengen der heiligste vreugde. Eerst als God ook dien traan voor eeuwig afwischt, dan lacht de ziel met een vreugde die haar geheel verrukt.
heiligmaking toe
te
XVI.
„at
gelijf
^\\ iè ooï mij sijn'\ Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat vrijmoedigheid mogen hebben in den dag oordeels, namelijk dat gelijk hij is, wij 17. 1 Joh. 4 ook zijn in deze wereld,
wij des
:
Uw wegsterven in den dood zal, zoo ge in Jezus sterft, voor u een „afsterven van de zonde zijn". Hoe dit kan, hoe dit
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's