De gemeente gratie - pagina 512
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VINDEN DER MIDDELEN.
508
gewend. En zonder overdrijving kan en moet dan ook gezegd worden, dat alle
menschelijke levensuiting, in deze voorloopige bedeeling, dan alleen zoo ze op dat stuiten en temperen van zonde en ellende gericht
voldoet,
Wie
wordt.
arbeid door die gedachte geleid en bezield wordt,
zijn
bij
heeft den adel onzer roeping verstaan
mist noch de eenheid in uitgesproken:
De zonde
zijn
;
wie zich
Reeds
streven.
verderft
de
dit doelwit
in
en daartegen
ziel,
nog niet koos,
de middeleeuwen strijdt
het
is
de kerk in
het heilgeheim; de zonde verduistert ons verstand, en daartegen strijdt
de wetenschap; de zonde verwoest ons lichaam, en daartegen
De
geneeskunde.
zonde, zoo zou
men
er
kunnen bijvoegen,
de natuur, en daartegen strijdt alle natuurbeheersching
zonde ontreddert de samenleving, en daartegen en recht. Dit nu
Het
zegd.
wijst
is
de
op
en zoo ook de
de studie van wet
nog enkel met het oog op het universitaire leven ge-
op den
strijd die elk
der
en de ellende onderneemt en doorzet.
waarom de
strijdt
;
strijdt
legt vloek
geloovige
de
vijf
En
faculteiten tegen de zonde
in
zooverre blijkt duidelijk,
wetenschap niet mag schuwen, maar
tot
de
instandhouding van universitair leven moet medewerken. Immers juist de universiteit
is
één der machtigste middelen,
om
zonde en ellende te keer
en de strekking der „gemeene gratie" door het opsporen van de
te gaan,
rechte middelen te bevorderen.
Maar
natuurlijk reikt het gezegde nog veel verder. Bestrijding van zonde
en ellende door de middelen der gemeene gratie ding,
alle
is alle
voeding en opvoe-
kleeding en dekking, alle bevordering van gezondheid en goede
al wat warmte aanbrengt in de koude en licht m de duisternis, wat gemeenschap en verkeer onder menschen bevordert, en de volkeren verbroedert. Landbouw, nijverheid, scheepvaart en handel, alle bedrijf en ambacht, alle nering en omzet, al wat het leven glans bijzet, het verfraait, op hooger toon brengt en veradelt; kortom bij al wat zich door menschenhoofd laat uitdenken, en door menschenhand tot stand wordt gebracht, geldt het altoos het gebruik van middelen, die de „gemeene gratie" ter onzer beschikking stelt, en moet altijd de aandrift ontleend zijn aan het pogen om zonde en ellende te keer te gaan. Het is zoo, die middelen kunnen ook in dienst der zonde worden gesteld, als men ellende en zonde afscheidt, en de zonde voor niets rekent, indien men maar aan de ellende ontkomen kan. Ook is het volkomen waar, dat niet weinigen geen andere ellende te keer gaan, dan die waarvan ze zelven het slachtoffer zijn, en
woning, al
zich
niet
stuiten
ontzien daardoor vaak anderer ellende te verzwaren.
we op
adel des levens
den naaste den bindt.
Ook
hier
misbruik, eenzijdigheid en zelfzucht, en tot den wezenlijken
komt ge dan strijd
voor
Maar ook zoo toch
uw blijft
eerst, als
ge
om Gods
wil en uit liefde tot
deel tegen alle zonde en aller ellende aan-
het als regel gelden, dat de aandrift voor
schier alle menschelijke bezigheid geboren wordt uit den drang
om
zonde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's