De gemeente gratie - pagina 24
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
MET VRAAGSTUK NADER TOEGELICHT.
20
gaat,
wie waant, dat deze tempering der zonde gelijkmatig
bi]
allen zou
toegaan. Integendeel, gelijk er een eindelooze verscheidenheid in graad
der particuliere genade, zoo ook
het terrein
op
schil in
De
de werking der gemeene gratie.
om
Jeruzalem trekt,
is
koningin van Scheba die naar
de wijsheid van Salomo te hooren, en Rabsake die
op Sions muren den God Israëls komt hoonen, doen
En ook
uitkomen.
in
brutale
zinnelijkheid,
is
er een onmetelijk ver-
dit verschil duidelijk
het heden ergert ons van den éénen kant dierlijke trots,
en trekt anderzijds
misdadige gemeenheid,
onder de kinderen der wereld edele zin en hoog bedoelen ons, vaak tot
beschamens
aan.
toe,
Dat de Heihge Schrift deze gemeene gratie zóó en van Rom. 1 en 3 met 2 duidelijk.
niet anders bedoelt, toont de vergelijking
In Rom.
heet het van de Heidenen, dat
1
een verkeerden
God
en dat ze op het diepst tot
zin,
natuurlijke zonden verzonken
zijn,
en
heid Gods derven, zoodat er niet één
Rom. 2 spreekt van de Heidenen
Rom.
in is
die
die
ze overgegeven heeft in
in onnatuurlijke
3,
en tegen-
dat „ze allen de heerlijk-
goed doet" terwijl daarentegen ;
doen wat de wet Gods, die
in
hun
hart geprent staat, wil.
Die uiteenloopende werking der gemeene gratie moet kortelijk
verklaard worden. Nooit
er, gelijk
is
uit tüen
vanzelf spreekt,
bij
hoofde
de ge-
meene gratie sprake van de werking van een zuiver, volkomen of zaligmakend goed. Zulk goed moet opspruiten uit echt geloof, volkomen conform de geestelijke strekking van Gods wet en hiervan
is
uiteraard
bij
Tot de zaligheid leidende sterkste alle
zijn,
en niets dan Gods eer bedoelen,
een zondaar, buiten wedergeboorte, geen sprake. is
er in
den gevallen mensch, ook onder de
inwerking der gemeene gratie, eenvoudig
niets.
In dien zin
zijn
zondaren saam „onnut geworden",
niet tot één toe. Dit sta, ter
is er niemand die goed doet, ook voorkoming van misvattmg, duidelijk op den
voorgrond. Nooit heeft de gemeene gratie een andere uitwerking, dan dat ze de zelfvernieling door de zonde tijdelijk tempert en tegenhoudt.
Maar onder allen
bij
voorbehoud staat dan toch
dit
gelijk
is,
noch ook
wegen bespeurt ge
hoe,
bij
vast, dat die
tempering niet
een iegelijk gelijk in elk oogenblik. Aller-
onder de lieden der wereld de één matig, inge-
togen, rechtschapen, en daarentegen de ander brooddronken, verdraaid van
hart en laag in zijn
niet
zijn
handelingen
is.
Bij
want er en gemeene
soorten verschillen ze,
enkel edelen en rechtschapenen, die tegen de lage
naturen overstaan, maar tusschen die beide uitersten vindt ge een reeks
van eindeloos ongemerkte overgangen. Hierbij
is
er
nu op
te letten, dat
ook in den zondigen toestand en onder
de gemeene gratie de oorspronkelijke scheppingsordinantie doorgaat.
De
scheppingsordinantie toch leert klaarlijk, dat de kinderen der menschen niet
eenvormig door God voorbeschikt waren. ze
mensch
zijn,
één,
Wel
maar voor het overige
is aller
zijn er
natuur, in zooverre
zoomin twee
gelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's