De gemeente gratie - pagina 397
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEBONDEN EN TOCH
393
VRIJ.
zienigheid als zoodanig, laat de Catechismus dit geheel glippen, en
dan
niet anders
verband met onzen toestand van sonde en ellende.
in
Als zoodanig nu genomen gratie" onafscheidelijk,
zeggen, alzoo
hand
zijne
ja,
is dit
Voorzienig bestel Gods van de „gemeene
men nog verder
rust er op. Zelfs kan
uitdrukking van den Catechismus,
de
dat
in
neemt
onderwerpelfjke zijde van het vraagstuk, en bespreekt die
uitsluitend de
zijn,
dat ze tegen
zijn
gaan, en
„dat alle schepselen
wil zich noch roeren noch be-
wegen kunnen," geheel het stuk der „gemeene
gratie" inhoudt. Vrij en
onbeteugeld aan zichzelven overgelaten, zouden de duivelen en demonen,
naar Jezus' eigen getuigenis begonnen
gelijk ze
in het Paradijs te plegen, dien
zijn
met „menschenmoord"
moord rusteloos hebben
voortgezet, en zich
door niets in de door hen aangevangen verwoesting hebben laten stuiten. Als ze zich hadden kunnen „roeren en bewegen" naar eigen booze aandrift,
zou het zondegif door hen in ons geslacht gedruppeld en de ellende
door hen over onze wereld gebracht, bhksemsnel en onweerstaanbaar tot
aan de volkomen vernietiging hebben doorgewerkt. Ze zouden niet hebben kunnen rusten zoolang ze niet ons geslacht aan hun duivelenaard, en onze wereld aan hun sfeer van buitenste duisternis gelijkvormig hadden maakt. Maar
die
juist
onbeteugelde vrijheid hebben ze
niet.
ge-
Ze kunnen
bewegen naar eigen wil en aandrift, maar alleen voorGod wil. „Tegen zijn wil," de Catechismus verklaart het uitdrukkelijk, „roeren of bewegen ze zich niet." Principieel opgevat wortelt alzoo de gemeene gratie in den breidel, dien God aan de duivelen en demonen aanlegt. Hun werd noch alle macht noch alle invloed
zich niet roeren en
zoover en op de wijs als
op deze wereld ontzegd. Zelfs de heerlijkheid van
op ons geslacht en
worstelen en lijden en overwinnen
Christus'
wereld niet verklaarbaar.
demonische
zijde
zelfs
De
zedelijke
is
zonder den Overste der
vuurproef moest
om
bij
Jezus van
de heerlijkheid van
zijn
zulk een contact gelegd tusschen
hun
verscherpt worden,
al
heilige existentie te openbaren.
Maar aanzijn
al
opzettelijk
is
door
God
en het onze, dat er aldoor invloeden van hen op ons uitgaan, en
dat zelfs zoo sterk, dat ze het lot van geheel ons menschelijk geslacht,
nu reeds
al
deze eeuwen door hun eerste booze daad beheerschen, nooit
één oogenblik
hebben ze
is
hun
zich nooit
daarbij
de
vrije
hand
gelaten.
Van
Dit geldt niet alleen van het aanvangspunt, toen uit de demonische
wil.
wereld de eerste aanval op ons geslacht geschiedde, maar tot
stap tot stap
noch immer kunnen roeren noch bewegen tegen Gods
ten einde toe.
Ze
liggen, als
we
dit
gaat door
ons zoo mogen uitdrukken, aan den
band, en kunnen nooit één haarbreed verder vooruitschieten, dan viert.
Wat
ze
God
ze
ook pogen of spartelen, verder kunnen ze ons nooit of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's