De gemeente gratie - pagina 149
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
145
JEZUS' TOENEMING.
de invloed der particuliere genade toentertijd volstrekt niet meer was, wat ze eens geweest was in Davids dagen, en dat daarentegen allerlei
vreemde invloeden Griekenland en
uit
Jezus dien
zijn
bij
Assyrië
uit
en Baby Ion,
uit
Egypte en Arabic,
onder Israël werkzaam waren. De toestand
Rome
uit
gelijk
optreden in Israël vond, was derhalve volstrekt niet
een toestand van algemeene volksverwildering, noch ook een' toestand, die zich rechtstreeks en geheel als vrucht der particuHere genade voordeed,
„gemeene gratie", vreemde invloeden gevoelen deed.
maar
ook, en voor geen gering deel, uitvloeisel van de
gelijk
die
én in Israël
Nemen we nu
zelf,
én
die beide feiten
in deze
saam
eenerzijds het
:
jaren lang onder Israël verkeerde en
feit,
dat Jezus dertig
in Israëls leven inleefde;
en ander-
dat de toenmalige volkstoestand voor geen gering deel was,
zijds,
was, dank
wat
hij
de inwerking der gemeene gratie; dan volgt hieruit vanzelf,
zij
met de vrucht der gemeene gratie in maar heel een reeks van in geheel zijn menpunt, maar enkel een jaren, en evenmin slechts op gelijk de Heere het in schelijke levensontwikkeling. Het is aan dat leven, Israël vond, dat hij zijn voorstellingen en beelden ontleend heeft. Het is dat Jezus op zeer ernstige wijze
aanraking
is
niet een enkel oogenblik,
gekomen,
verband met het toen bestaande volksleven, dat hij de dingen des is de taal van het toenmalig Israël
in
Koninkrijks ons geopenbaard heeft. Het
de gewoonte van het destijds levend Israël die
sprak,
die hi]
hij
volgde;
het is op de vraagstukken die destijds de gemoederen bewogen, dat hij inging. Ook al ontbreken ons derhalve de gegevens, om dit alles in bijzonderheden toe te lichten, over het feit zelf kan geen verschil van gevoelen der gemeene gratie, gelijk ze zich
De aanraking met de vrucht
rijzen.
destijds in Israël openbaarde, heeft voor Jezus bestaan, en ze heeft
gewerkt
lange jaren en op zeer breede schaal.
De
belijdenis
daarbij
van Jezus
als
„God
niemand een bhnddoek op
te prijzen in der
eeuwigheid" werpe
het oog. Natuurlijk belijdt elk Christen,
dat de wetenschap van den Zone Gods alwetendheid, dat
genoegzaamheid was, en dat noch aan aan
zijn
bracht.
zijn
zijn
Wezen
zelf-
Goddelijke a/wetendheid, noch
Goddelijke zelfgenoegzaamheid, ook maar iets kan worden toege-
Noch
in die alwetendheid,
noch
in die
zelfgenoegzaamheid w^as dan
ook toeneming of wasdom denkbaar. als God met den Vader en den Heiligen Geest aan kan noch van ontwikkeling, noch van opvoeding, noch van toeneming in kennis sprake zijn. Wie ook maar iets hierop afdhigt, vernietigt rechtstreeks als met één slag de Godheid van den Christus. Maar geheel Bij
den Zone Gods,
te bidden,
daarvan afgescheiden
hebben van hem, n.
is
die
de vraag, hoe zichzelven
we
ons het bewustzijn te vertolken
vernietigd
heeft
en de gestalte eens 10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's