De gemeente gratie - pagina 282
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
EEN STAD OP EEN BERG.
278
af,
of niet alles
dachte,
op zelfbedrog en misleiding berust, en of niet elke ge-
alsof onder deze
volkeren met vrucht Zending ware te drijven,
voorgoed moet worden opgegeven. Die indruk nu
natuurlijk.
is
Wie
ver-
zuimt zich rekenschap te geven van de geheel verschillende conditie waar-
onder een Heiden in een Heidensch, of een Mahomedaan in een Mahome-
daansch land tot bekeering komt, en zich zoo inbeeldt, dat zal
het op Java
hij
vinden als op Walcheren, en op Soemba ongeveer zooals op Urk, moet
en bedrogen uitkomen, en loopt zeer ernstig gevaar,
bitter teleurgesteld
zich
in
onbetamelijke geestelijke inbeelding verre
inlander verheven
te gevoelen, en de hefde die naar
boven den Christen-
hen
uit
moest
drijven,
te laten verkoelen.
Maar heel anders komt dit oordeel te staan, en heel anders wordt de waarmee we deze toestanden bezien, indien we letten op de geheel verschillende hulpe die de gemeene gratie bij het werk der bekeering én hier te lande én op Java verleent. Toen het Christendom pas de wereld blik
inging,
is
het niet in de eerste plaats opgetreden
gemeene
bij
de lager staande
mate hadden genoten, maar integendeel onder die volken van de Levant, bij wie de werking der gemeene gratie, dusver het sterkst was geweest. Afgezien nu van de vraag, of ook niet reeds destijds enkele Evangehevolken, die den zegen der
boden naar Scyten en Parten Christelijke
kerk het eerst
zijn
gratie slechts in zeer beperkte
uitgegaan, staat het feit vast, dat de
vaste formatie
tot
gekomen
te
is
Rome
en
Athene, in Klein-Azie en in Egypte, alzoo juist in die streken, waar de
Romeinsch-Grieksche beschaving den hoogsten dusver bekenden levens-
vorm bereikt had. Een maatschappij, waarin mannen als Plato en Cicero konden optreden, stond uiteraard destijds reeds onvergelijkelijk veel hooger, dan de maatschappelijke toestand, waarin wij thans nog den inlander op Borneo en Java vinden. Langs wat weg die toenmalige beschaving tot die hoogte was opgeklommen, en welken invloed ten goede koloniën, die over heel het
geoefend, laten constateeren,
we
rijk
verspreid waren, hadden
thans in het midden. Genoeg
dat de Christelijke kerk,
kunnen doen, haar loop het hoogst stonden. tot vaste
Roomsche
zich zag
om
de Joodsche
o. a.
is
het ons, het
haar intrede
in
uit-
feit te
de wereld te
aangewezen onder de volken,
die destijds
Eerst nadat de Christelijke kerk onder deze volken
vormen was gekomen,
is
het Evangelie twee, drie eeuwen daarna
ook uitgegaan onder de minder vergevorderde Keltische en Germaansche
stammen. En waar nu wereld,
het
zelfs in
doordringen van
deze hooger staande Grieksch-Romeinsche
den geest van Christus, ook blijkens de
apostolische zendbrieven, zoo moeilijk ging, daar spreekt het toch wel vanzelf,
waar
dat gelijke moeilijkheid zich nog in veel hooger mate moet voordoen, wij door onze
Zending het Evangelie pogen
lager staande maatschappij, gelijk
we
te
brengen
in
een zooveel
die vinden in onzen Indischen Ar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's