De gemeente gratie - pagina 629
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VERTOONING VAN HET BEELD GODS.
625
beeld van God, in menschen zich afspiegelend, beperkt zich niet tot ééne mogelijkheid, tot één model, dat zich eindeloos herhaalt,
maar het
realiseert
een eindelooze verscheidenheid van mogelijkheden. Het kan zich spiegelen,
en spiegelt zich anders in den
dan
in
man dan
in
de vrouw, anders in een kind
een jongeling, anders in den jongeling dan in den volwassen man,
en anders weer in den grijsaard. Zoo spiegelt het zich weer anders af in het sanguinisch dan in het flegmatisch temperament. Anders in den pover
bedeelde dan in den
rijk
begaafde.
En onder
dit alles stelt het eindelooze
mogelijkheden en combinatiën van karaktertrekken, die telkens weer een
anders bestaand mensch in het leven roepen, en in elk dier menschen
Nu kennen wij om het beeld
het ééne type telkens op andere wijze doen uitkomen.
dat aantal mogelijkheden niet, omdat wij de macht missen
Gods zijn,
ontleden,
te
maar toch gevoelt men hoe
die mogelijkheden bepaald
en hoe daarmee tevens het aantal bepaald
menschen
die
geboren moeten worden,
is
van de kinderen der
zal het volle beeld
Gods
in al zijn
en rijkdom van variatiën onder menschen kunnen
verscheidenheid
komen. Karakter
is
iets o,
het dat type van het beeld Gods op een eigene wijze vertoont en Dit nu merkt
men wel
uit-
zóó heerlijks, maar uitsluitend daarom, omdat
niet,
als
men een volkshoop
belijnt.
langs pleinen of
vreemd land eindeloos menschen van opdoemen, maar de vader van zijn gezin
straten ziet golven, of ook in een
een schijnbaar
gelijk
type ziet
weet zeer wel dat elk van
zijn
kinderen een eigen type vertoont, en de
onderwijzer op school merkt gelijk verschil tusschen kind en kind zeer wel.
ook
Gelijk er zijn
dan ook geen twee bladeren aan een boom gelijk zijn, zoo twee menschen, nu of vroeger ooit geweest, die geheel
er geen
identiek waren.
Dan
toch zou no. 2 geen reden van bestaan hebben gehad.
Reden van bestaan voor een kind des menschen is slechts dan aanwezig, zoo hij in zijn geslacht iets vertoont, wat geen ander is, en zoo dit anders zijn bestaat in het vertoonen van iets uit het beeld Gods op andere wijze. De vraag, wanneer het menschelijk geslacht zal ophouden voort te telen, moge door ons niet te beantwoorden zijn, toch kan dit antwoord niet willekeurig wezen. God weet het, en God heeft het bepaald, en bepaald niet naar den grü van een cijfer, maar naar wijsheid. Vol zal ons geslacht eerst zijn, als alle mogelijkheden van de afschaduwing van Gods beeld in ons geslacht zullen uitgeput zijn. Dan houdt het op. Eer niet. Maar die sociale zijde van de waarheid van 's menschen schepping naar Gods beeld heeft uiteraard niet mtstaande met de zaligheid, noch ook iets met ieders persoonlijken stand voor God. Dit sociale element zegt alleen, dat God bij de schepping des menschen naar zijn beeld, een eindelooze menigte van kiemen voor hooge menschelijke ontwikkeling in onze natuur heeft gelegd, en dat deze kiemen niet tot ontwikkeling
kunnen komen dan
door het sociale verband van 'menschen niet menschen. En, zoo bezien, ge U.
40
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's