De gemeente gratie - pagina 429
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TEMPERING VAN DEN VLOEK.
425
I.VI.
De tempering van den vloek.
Zoo zegt de Heere en
nacht;
indien
:
Ik
Indien mijn verbond niet
de
is
van dag
ordeningen des hemels en
aarde niet gesteld heb.
Jeb. 33
:
der
25.
Er is alzoo tweeërlei tempering van de energie der zonde; de ééne die, waarvoor de breidel aangelegd w^ordt in de geestenwereld, opdat de demonen niet zoo schrikkelijk woeden; en de andere van dien aard dat de intoomende werking in ons menschen plaats
grijpt,
en
in ons persoonlijk
leven de te sterke ontkieming van de inwonende zonde tegenhoudt.
Op de
eerste tempering slaat de bede: Verlos ons van den booze, op de tweede:
Leid ons niet in verzoeking.
En
in
beide deze temperingen
is
het Gods
Voorzienig bestel, waarin het beleid der „gemeene gratie" zich verwerkelijkt.
Na
hebben vastgesteld, moet er nu intusschen ook hier ter plaatse op gewezen worden, dat een soortgelijke dubbele tempering ook wordt toegepast op de gevolgen der zonde in den vloek. Ons bestaan blijft altoos dit te
tweezijdig: geestelijk en lichamelijk, in een onzienlijke en in een zichtbare
wereld.
En deze twee kanten van ons
aanzijn
hangen altoos saam, staan
steeds in verband, en wel in zulk een organisch verband, dat ge naast de
werking
in het geestelijke steeds het
oog hebt te vestigen op soortgelijke Voor wat aangaat de tempering waarvoor de we ons plastisch waagden uit te drukken, in de geesten-
werking in het schroef, gelijk
stoffelijke.
wereld wordt omgedraaid, hebben
We
we
hierop dan ook aanstonds gewezen.
bespraken toch den invloed der geestenwereld niet alleen op
geestelijk,
maar ook op stoffelijk gebied. Doch ditzelfde herhaalt zich nu natuurlijk hier, waar we handelen van de tweede soort tempering, die niet van uit de geestenwereld, maar rechtstreeks in onze menschelijke wereld wordt aangebracht; in wat we met een geneeskundigen term noemden, de secundaire verschijnselen van het ons inwonende verderf. Ook die verschijnselen toch doen zich voor niet alleen in de ziel, maar ook in het lichaam, en zoo ook, niet enkel in de onzienlijke, maar ook in de zichtbare natuur. En dit zoo zijnde, spreekt het vanzelf, dat de „gemeene gratie" het ingeslopen kwaad niet alleen tempert en stuit in ons inwendig, maar ook in ons uitwendig leven, en het is met name hierop, dat dusver veel te weinig acht is geslagen, met name wat betreft de leer der middelen voor wat aangaat de afwending van dreigend gevaar of de genezing van reeds ingedrongen ziektestof enz. Toch stonden de geloovigen gedurig practisch voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's