In Jezus ontslapen - pagina 251
„DE AAEDE, EN HE WERKEN, DIE DAAKIN
den wijnstok afvalt, en boom." (34 4.)
ZIJN,
23r
ZULLEN VERBRANDEN'
gelijk een vijg afvalt
van den vijgen-
:
En over die , verandering " van liemel en van aarde triomfeert Jehovali, als Hij zelf aan zijn kneclit betuigt: ,Hef nw oogen op naar den bemel en aanselionw de aarde beneden: want de Hemel zal als een rook verdwijnen en de aarde zal als een kleed veronden: maar mijn beil zal in eeuwigheid zijn en mijne ge6.) reclitiglieid zal niet verbroken worden." (Jes. 51 Zoo roept ook de apostel des Heeren ons toe: ,De wereld gaat voorbij met al wat ze voor ons oog begeerlijks heeft maar die den wille Gods doet blijft in der eeuwigheid". En al kunnen we hier de breede teekeniug van het visioen van Pathmos niet weergeven, duidelijk en omstandig betuigt toch ook een ander apostel ons, dat zij die aan Jezus toebehooren, verwachten een nieuwen hemel en een nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont dat eens de hemelen, die nu zijn, en de aarde door hetzelfde woord, dat eens deze wereld schiep, ten vure zullen worden overgegeven: en dat dan de hemelen zullen vergaan en de elementen brandende zullen versmelten, en de aarde en de werken die daarin zijn zullen te niet gedaan worden". (2 Petr. :
.
.,
,
,
.
3
:
7, 11, 12, 13.)
heeft het een wereldbrand genoemd en een wereldbrand het zijn, en eerst uit dien wereldbrand zal die nieuwe gestalte voortkomen, waarin het rijk der heerlijkheid schitteren zal eeuwiglijk en altoos.
Men
.
zal
dit niet meer in de ooren klinken, want het verleden verhaalt ons van zoo ontzettende veranderingen, die eertijds op deze aarde plaatsgrepen, dat geen onzer de tegenwoordige gedaante der wereld herkennen zou, kon zijn oog aanschouwen wat deze wereld is geweest. Ook geven de onderzoekers van de aardkorst en de begluurders van het firmament zei ven toe, dat een algeheele omkeer in de gedaante dezer wereld alleszins tot de waarschijnlijkheden behoort, slechts hierin uiteenloopend, dat de één een_ afkoeling en een doodvriezen van alle leven op deze aarde voorziet terwijl de ander met de Schrift, denkt aan een eindelijke vernietiging
Yreemd kan ons
reeds
,
,
door vuur.
Reeds nu wandelen we op vuur. De vuurspuwende bergen, de heete bronnen, de opstijgende gassen, het geeft ons alles de zekerheid, dat onder de dunne aardkorst, waarop wij leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's