De gemeente gratie - pagina 516
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VINDEN DER MIDDELEN.
512
Catechismus van den Handel. Dit toch spreekt vanzelf: Al wat naar aanleiding
van Jesaja 28 over den landbouw werd gezegd,
van toepassing op
is
precies evenzoo
menschelijk bedrijf.
alle overig
Dat het nu metterdaad God is, die ons van alle deze dingen onderricht, en dat de mensch zelf niets van dit alles uit zichzelven heeft, is voor wie even doordenkt, terstond
duidelijk.
Immers het
en aanwenden van krachten, die een mensch niet halen of verzinnen, in
maar
die in de
de natuur niet aanwezig
geldt hier het vinden
uit zijn
niet inzit, en niet werkt,
is,
verbeelding kan
natuur aanwezig moeten
trokken voorstelling gedacht worden, maar
mag
Wat
zijn.
in
de afge-
leidt nooit tot eenig resultaat,
en geeft geen uitkomst. Werking, kracht en uitkomst, blijvend resultaat en werkelijke winste
is
er
dan
alleen, zoo wij iets ontdekten, dat in
natuur als kracht of verhouding
inzit,
de
en nu door ons kan worden aan-
gewend en toegepast. De mensch kan het niet in de natuur inbrengen, maar er alleen uithalen, en wie het in de natuur aanwezig doet zijn, is niet de mensch, maar is God, die de natuur schiep. Ook brengt God die dingen niet pas in de natuur in, als wij ze vinden, maar Hij besloot ze in die natuur van meet af. Dan tobben wij menschen eeuwenlang met uiterst gebrekkige hulpmiddelen, onderwijl al wat we voor de volmaking van het bedrijf noodig hadden, als het ware voor onzen voet lag. Maar wij zien het niet, wij zijn er blind voor. Niet slechts één mensch, maar alle
menschen. En
als
we dan eeuwenlang
in onze blindheid
hebben
voort-
God opeens aan één man er zijn oog op vallen. Die ziet het, die grijpt het, die spreekt het uit. En dan hooren en weten allen het. En dat noemt men een ontdekking of uitvinding, waarbij dan God, die in zijn genade er ons meê verrijkt heeft, bijna altoos wordt vergeten, of erger nog, wordt verloochend. Dan toch gaat die wetenschap pochen
gestrompeld, dan doet
zich aan, als ware zij de machtige die het met al haar vondsten, niets kon scheppen of kon voortbrengen, en alleen werken kon met krachten, die zij als door
op haar vondsten, en
gedaan had, daar
zij
God geschapen vond. Maar evenmin mag
stelt
toch
het voorgesteld, alsof
men
met de vrucht der
hier
particuHere genade te doen had. Al wat onze kennis van de natuur verrijkt,
is
bestemd voor den mensch
als
het menschelijk leven in zijn geheel.
mensch, voor
Vroom
alle
of niet
menschen, voor
vroom maakt
geen onderscheid. Zelfs heeft God het zoo beschikt, dat de zonde onderrichtingen die Hij in
zijn
genade aan den mensch
gaf, in
alle
hier
deze
haar voor-
deel misbruiken kan. Scheikunde leert ons ook vervalsching van voedings-
middelen; de dief en oplichter maakt evengoed voor gebruik van
de telegraaf als gij;
zijn
booze plannen
technische kunst levert ook aan den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's