De gemeente gratie - pagina 657
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VERKORENEN TEN LEVEN. ongeloof en roekeloos leven vervalt, maakt
653
maar
al te
vaak den indruk,
is, en dan dat weer heiligmaking aangedrongen, als bewijs op wordt ten slotte toch de bekeering oprecht en wezenlijk was; en sterft zoo iemand dan weg, zonder tot hoogere heiligmaking gekomen te zijn, dan rijzen er, en terecht, allerlei onzekerheden omtrent zijn staat voor God. Doch dan gevoelt men ook, hoe de sterftetafels hier ter tweede instantie tegen de min juiste
dat zijn onderstelde bekeering weinig meer dan schijn geweest
dogmatische voorstelling getuigen komen. Immers, stond het alzoo gelijk
men
het voorstelt, dan zou een man, wien 80 a 90 jaren levens beschoren
de meeste kansen hebben om voor den hemel gereed te komen, en zouden omgekeerd aan die velen die op 14 50-jarigen leeftijd wegsterven, alle goede kansen op zulk gereed komen met het werk hunner heilig-
zijn,
—
making benomen
zijn.
Dit nu, gevoegd
bij
het eerste bezwaar, kan tot geen andere slotsom
dan dat fout gaat elke
leiden
korenen afhankelijk
stelt
voorstelling,
de zaligheid der uitver-
die
van een langer leven, of ook die het werkelijk
doel van dit langer leven der uitverkorenen zoekt in
de eeuwige zaligheid. Al wie
dit
deed,
verwikkelt zich in onoplosbare tegenstrijdigheden.
Gereformeerd slotte nooit
moet
ze
is,
van
als
kan de eeuwige
iets
hun toebrenging tot komt niet uit, en
of blijft doen,
zaligheid van
Wie
in hart
en nieren
Gods uitverkorenen ten
anders dan van de wedergeboorte afhankelijk stellen;
door de wedergeboorte volstrekt en geheel gewaarborgd be-
schouwen; en kan nooit toegeven dat de wedergeboorte afhankelijk zou zijn van korter of langer leven. Doch hieruit volgt dan ook, dat geheel het optreden der langer levenden onder de uitverkorenen in deze wereld een
moet hebben, dan hun toebrenging, of hun persoonlijke hun persoonlijke toebrenging is die langere levensduur niet noodzakelijk. Dien langeren levensduur nu, met zijn stelligen eisch van bekeeriug en heiligmaking, als iets bijkomstigs te nemen, ware al te oneerbiedig. Wie langer leven ontving, moet tot geloof en bekeering komen, en tot hem als bekeerde komt de onafwijsbare roeping tot heiligmaking. Maar geheel ander doel
zahgheid. Voor
dit
alles
is
een eisch, die volgt uit
zijn
toebrenging, niet het middel
ten eeuwigen leven te komen. Dit eeuwige leven ontvangt
genade, en alleen door een daad Gods. wij,
in
als
het
hij uit
dien grond nu
Gereformeerde Christenen, ons ten deze terug hebben eerste,
loutere
is het,
te
roeping valt vanzelf
t.
w, de verheerlijking van Gods
weg voor hen
worden afgeroepen van
die door God, zeg vóór
dit wereldtooneel.
Maar
hierbeneden de pelgrimsreize voortzetten,
wijsbaar tot elk onzer hierin de roeping
om
alle
Naam. Die
hun
5*^
God ons tot op dan komt stellig en
laat
dat
trekken
en steeds op den voorgrond tredende einddoel van
roeping die tot ons komt,
leeftijd
En op
om
jaar later
onaf-
ons te bekeeren van ons
ongeloof en van onze booze werken, ten einde als deelgenooten van het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's