In Jezus ontslapen - pagina 128
„MACHT OVER DE HEIDENEN ".
112
En van binnen ziunedieust. De
bevl
door
met heidensclie zonde en
vergiftiging
woedde in opdraclit van
liet
Heidendom met
liet
zwaard. De vrouiv, als draagster van liet heideuscli gif, woelde met haar verlokselen. Altoos weer Acliab die de profeten vermoordt, en Izebel die liet volk verleidt tot zonde. Het heidensclie wezen dat, gevoelende hoe het, zoo Christus triomfeert, in den dood moet, al zijn macht en al zijn zinsbegoocheling aanwendt om kon het het Christelijk wezen te ,
,
,
vernietigen. Hier, telkens, toestanden, alsof het heidensclie wezen het wint, en Christus ondergaat. En daarom Christus op Pathmos, het zijn kerken toeroepend bij het aangaan van den wedloop Mits ge volhardt en nzelve overwint wacht u eens de volkomen triomf over het heidensclie wezen. ,
,
En
ook hier vloeit de belofte voort uit de yemeenschap met Het is en blijft de grondtoon van het Hoogepriesterlijk heb hun de heerlijkheid gegeven die Clij mij gebed „ Ik gegeven hebt." Zoo ze met mij lijden, opdat ze met mij verheerlijkt worden. Zóóals de Christus is, zoo zullen ook de Christus. :
,
zijnen zijn in zijn glorie.
Was hem als Messias in Psalm 2 toegezegd, dat hij de Heidenen hoeden zou met een ijzeren scepter en ze uiteen zou slaan, gelijk men een kruik stuk slaat, diezelfde belofte neemt Jezus thans over en past ze op de zijnen toe. Hier op aarde, zoolang ze als pelgrims hier verkeeren, bestendig gevaar van het heidensche wezen zoo om er door verdrnM als om er door vergiftigd te worden; maar in de toekomst des Heeren ook in dit opzicht glorie voor verdrukking, heerlijkheid voor versmading. Ze zullen dan met Christus over het heidensche wezen heerschen, en voelen dat het voor hun scepter wijkt, en als voor hun voeten vergruizeld wordt. Alles stemt dus overeen en de uitlegging laat geen twijfel over. In Psalm 2 heet het, dat de heidenen woeden tegen Gods gezalfden koning roepende „ Laat ons zijn banden verscheuren en zijn touwen van ons werpen " en het Besluit verhaalt van een toekomst, waarin Gods gezalfde koning het heidensche wezen voor zijn voeten zal verbrijzelen. In de kerk van Thyatire sloop dat heidensche wezen door ziunedieust met zijn doodelijk gif binnen. Yoor het woeden ,
,
,
,
:
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's