De gemeente gratie - pagina 499
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONTSPORING.
495
liXVI. Ontsporing.
Toen deed de Heere zwavel en vuur over Sodom en over Gomorra regenen, van den Heere uit den hemel. Gen. 19
Dat de noodzakelijkheid van het desalniettemin staat,
lijden
dit
iets
is,
lijden uit
Gods wil
en diensvolgens bestreden wordt door God
we
door ons, vindt dan, gelijk
voortvloeit,
dat als Gode vijandig tegen zelf,
:
24.
en dat
Hem
over-
en moet worden
zagen, haar verklaring in de Schepping.
Door de Schepping zijn krachten en machten in het leven geroepen, die alleen dan ten goede gedijen, als ze zich bewegen in het spoor van Gods
maar machten omslaan,
ordinantiën,
die
noodzakelijkerwijze in vernielende en verdervende
zoodra ze het spoor dier
trachtten dit toe te hchten
ordinantiën
met het beeld van een
verlaten.
We
trein die ontspoort,
en
nu vernield wordt door diezelfde kracht van den stoom, die hem anders naar de plaats zijner bestemming zou hebben geleid. Een trein die ontspoort, moet in ellende komen, en zoo ook, als de trein van ons menschelijk leven ontspoort, kan de ellende niet uitblijven. Intusschen drukt dit beeld
waarmee we hier te doen menschenwerk, onder menschelijk bestel. De krachten van stoom, en van volharding in eenmaal begonnen beweging, waarmee de leider van zulk een trein, bij ontsporing, ten deele de ontzettende waarheid
slechts
hebben. Een spoortrein die
worstelen heeft,
te
maar waaraan
zijn
en
afrijdt, is
uit,
blijft
zijn
natuurkrachten, die niet uit
wil
onderworpen
is.
Bij zulk
zijn
wil voortkomen,
een ontsporing van een
kan men dus nooit zeggen, dat de machinist of conducteur de vernieling van materieel en menschenlevens, in geval van voortsnellenden
trein,
ontsporing, gewild heeft.
hem, des ondanks, tegen
die hij niet in het leven riep,
De Heere lijken
van
in.
maar
levens geheel anders. Voor
dit
ons leven
waarnaar Hij zich of machten,
vernielen
schiep
wil
God daarentegen
onze
die
hij wil ze niet, maar ze overkomt Er heerscht hier een noodzakelijkheid,
Integendeel zijn
die
hem
beheerscht.
staat tegenover den trein des mensche-
Hem
bestonden
er,
toen Hij den trein
ineenzette en uitzond, geen machten noch krachten
schikken of te regelen had, en dus evenmin krachten
te
zijns
ondanks, zoo die trein des levens ontspoorde,
hem
en verderven moesten. Alle krachten en machten des levens
God
zelf.
Hij zelf riep ze in het leven, en dat wel op zulk een
en in zulk een orde
als eisch
was,
om
vrijs
dien trein des menschelijken levens
op het snelst en zekerst die bestemming
te
doen bereiken, die Hij
zelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's