In Jezus ontslapen - pagina 123
,
111
ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den Booze" wordt dan juist het vurigst en liet innigst gebeden als ons hart weer nabij God kwam. En die angst nu glijdt u als ge den hemel ingaat voor eeuwig van de ziel, om nooit, om nimmer meer terug te keeren. Uw afsterven van de zonde in uw jongsten snik, is een breken met de i^onde voor altoos. Een scheidbrief, die nooit herroepen wordt. Een ontrukt worden aan haar greep, zonder dat ooit weer het gevaar van door haar gegrepen te worden, leid
,
,
,
terugkeert. Hij die omgaat als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden, ziet zich den toegang tot het heiligdom daarboven voor altoos versperd. Hier op aarde is nog alleen dit gewonnen, dat de zonde over de geloovigen niet meer heerscht. Daarboven kan ze niet meer bij hen.
Toch wordt het nóg sterker door Jezus uitgedrukt. Er staat niet, dat de zonde niet meer bij u kan, maar dat d. w. z. dat zelfs gij nooit meer uit Gods tempel uit zult gaan de verleiding tot zonde voor u niet meer bestaat, dat de zonde ,
vat op uw hart zal verloren hebben, en dat de begeerte, om ook maar één ondeelbaar oogenblik uit den tempel Gods uit te gaan, nimmer in uw hart zal opklimmen. De klem van Jezus' belofte ligt dus niet daarin, dat de alle
zonde niet meer bij u kan, maar dat ge, al kon ze voor de deur van dien heiligen tempel zich nogmaals in al haar verraderlijke verlokking vertoonen gij zelf de neiging, de trekking de verlokking om tot haar uit te gaan, nimmer zoudt gevoelen. En dat is de zaligheid. ,
Dat Dat
de reinheid des hemels. de heiligheid van de volmaakt rechtvaardigen. De zonde bekoort, lokt en trekt hen niet meer. Er is voor de zonde niets meer in hun hal-t. Geen vezel in de ziel meer, die zich naar de zonde toebeweegt. Alle zonde is hun volmaakte wanklank geworden. Geen enkele echo op het gefluister der zonde, kan uit hun gemoed meer opgaan. De zonde is hun het volstrekt afschuwelijke, het absoluut booze, het volmaakt weerzinwekkende geworden. De zonde is hun de adem van Satan geworden, en ze danken hun God eeuwiglijk, dat die giftige ademtocht van Satan in het Vaderhuis nimmer doordringt. Toen Asaf buiten Gods tempel omzwierf, toen werd hij in zijn nieren geprikkeld, en vlamden zondige gedachten in zijn hart op. En dat duurde tot hij weer in Gods heiligdom inging. is
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's