De gemeente gratie - pagina 65
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TEMPERING VAN DE ZONDE.
61
zonde perst en dringt met de in haar tegendeel omgezette scheppingskrachten, en dat het God als Schepper is, die deze door Hem in het creatuur gelegde en in het creatuur in stand gehouden krachten, in de sterkte
van haar dringing en persing naar het kwade beperkt en breekt.
Er werkt besteld
is,
in
het gansch heelal geen enkele kracht, dan die van
door
God geschapen werd, en door God van
God
oogenblik tot
oogenblik in stand wordt gehouden. Voor zoover nu deze krachten van geestelijken aard en in zijne redelijke creaturen zijn ingeschapen,
door
Hem
is
tevens
de richting bepaald, waarin deze krachten hebben te werken.
Maar deze bepaling van de richting is geen natuurnoodwendigheid. De zedelijke krachten werken niet als de zwaartekracht. Een losgelaten steen moet vallen, en kan niet naar boven wippen. Een met gas gevulde ballon moet naar boven, en kan, zoolang dat gas werkt, niet naar beneden. Maar op zedelijk gebied
is
elke kracht door een roerpen beheerscht, en al naar
gelang die roerpen links of rechts wordt omgeworpen, werkt die kracht, laat
ons zeggen,
boven
of
noordwaarts of zuidwaarts; ethische uitgedrukt: naar
naar beneden, heilig of onheilig, tot deugd of tot zonde, ten
goede of ten kwade. Zonde
is
alzoo niet het ontstaan van een nieuwe
maar het richten van de scheppingskrachten tegen Gods bestel in, in verkeerde richting. In geen enkele zonde kan ooit een kracht werken, die niet door God geschapen zou zijn. Vanwaar toch zou zulk een kracht anders ontstaan wezen, en wie zou ze geschapen hebben? kracht,
Ware
het nu alzoo, dat
God aan deze
krachten, na ze geschapen te
hebben, een zelfstandig bestaan had gegeven, zoodat ze voortaan buiten
Hem om
dan zou haar verdere werking aan zichzelve zijn overgelaten, en alzoo een geïsoleerde sfeer in de schepping vormen. Maar dat is niet alzoo. Niemand bezit in zijn bloed, in zijn zenuwen, in zijn spieren,
bestonden,
en zoo ook
in zijn wil of in zijn verstand,
ook maar één oogen-
bhk, één enkele krachtswerking, die in zichzelve kan rusten; en zoo ophield dit alles in
hem
God
te onderhouden, en te dragen, zou op hetzelfde
oogenblik van alle deze krachten niets meer over
eens sterk uit te drukken:
God
zelf
zijn of
bestaan.
heeft de spieren in
Om
het
de hand van
Rome's soldaten ondersteund en gesterkt toen hun booze hand de nagelen Jezus' handen en voeten dreef, en wanneer God op datzelfde oogenbhk zijn kracht aan hun spieren onttrokken had, zou hun hand op het eigen oogenblik verlamd en verstijfd zijn, en niemand zou Jezus hebben kunnen deren. Dit alles is alzoo niet slechts toegelaten, in den zin, dat God er
m
niet tegenin is gegaan,
God
maar dat het geschieden kon, was
er de krachten voor in stand hield.
alleen doordien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's