De gemeente gratie - pagina 659
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VERKORENEN TEN LEVEN.
655
doel der Predikatie, het doel der Bekeering, het doel der Heiligmaking,
het doel van het Sacrament, het doel van de Gemeenschap der heiligen
en van de Goede werken, ter laatste instantie niet in de verheerlijking van Gods Naam, maar in de zaliging der uitverkorenen, dan kon het alles buiten de wereld, en daardoor buiten het terrein der gaan. Er zou dan iets voor te zeggen
Gemeene
gratie om-
zoo de geloovigen ergens in
zijn,
een onbewoonde streek, ver van de wereld, een eigen maatschappij open dat een ieder die tot bekeering kwam, zich derwaarts begaf,
richtten,
en zich zoodoende geheel aan de wereld onttrok. In zulk eenzaam oord
konden dan ze
ontvloden
geloovigen saamleven.
alle
zijn.
Hun gemeenschap
De
verleiding der wereld zouden
zou vol en innig kunnen wezen.
Geheel hun saamleven kon één leven des gebeds en der
liefde
en der
Een denkbeeld dat aan de oorspronkelijke Dooperschen steeds voor oogen zweefde, al hebben ze het nimmer gerealiseerd. Is daarentegen niet hun eigen toebrenging ten eeuwigen leven en hun voorbereiding voor den hemel, maar de verheerlijking van Gods Naam ter laatste instantie het einddoel van hun langer leven hier op aarde, dan wordt dit alles geheel omgekeerd. Zullen ze Gods Naam heiligen en verheerlijken, dan moet er een terrein zijn, waarop ze dit doen, en dan moeten er menschen zijn waarvoor en waaronder ze dit doen. Dan mogen ze zich niet uit de wereld terugtrekken, omdat ze juist voor die wereld heiligmaking
zijn.
te getuigen, in die
wereld
te belijden
hebben, en in het leven der wereld
De bestemming van
de kracht des Koninkrijks openbaren moeten. eigen leven dat juist in
hun door hun God beschikt en gegund wordt, ligt dan En waar nu in die wereld God hun met zijn Gemeene
de wereld.
den aard der zaak, dat de Particuliere
gratie tegemoet treedt, ligt het in
genade
het
hun geschonken werd, met
die
die
Gemeene
gratie
in
recht-
streeksche aanraking komt, ja dat de werking der ééne zonder de wer-
king der andere haar einddoel nimmer bereiken kan.
Zoo
ziet
men
dus, dat
we de betrekking tusschen de ééne en de andere
genade volstrekt niet als toevallig of als bijkomstig, laat staan uitwendig hebben te nemen. Neen, het is niet het feit zelf van het langer leven der particuliere begenadigden hier op aarde, dat deze aanraking met de
Gemeene
gratie rechtstreeks
wordt
afgeleid.
Voor de toebrenging der
uit-
verkorenen ten eeuwigen leven, was dat langer leven niet noodig. De helft der uitverkorenen mist dit langer leven.
God
zelf snijdt
het leven reeds voor hun
langer leven noodig,
almachtige genade roepen,
man
te
om
in deze
openbaren.
Het komt
5*^ jaar
af.
niet
bij
hen voor.
Maar wel
is dit
wereld de wondere grootheid van Gods
Daartoe
voor man, en allen saam.
zijn
die
langer levenden ge-
Daarom moeten
ze
Gods kerk op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's