De gemeente gratie - pagina 637
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
633
DE TWEE LEVENSSFEREN DOOREENGEMENGD.
aan God, boven
alles
te
prijzen
En
der eeuwigheid.
in
hierdoor nu zijn
geheel valsche voorstellingen in de gemeente gebracht, magische verbin-
dingen van het Goddelijke met het menschelijke, die
gevoelsmenschen stand konden houden, maar die
bij
onnadenkende
wie nadacht en helder-
bij
om van
heid zocht, weerzin wekten, en die er vanzelf toe hebben geleid,
Ethische zijde protest uit te lokken, en
om
ten slotte over te leiden naar
den Jezus van Schleiermacher en zijn school, een Jezus die feitelijk niets dan mensch is, en alzoo een mensch in wien zich niet God zelf, maar alleen het Goddelijke, en na
besef, het gevoel, het
nog verder verloop alleen het
bewustzijn van het Goddelijke behchaamt. Zoo verloren
we den Godmensch,
dan den volmaakt godsdienstigen mensch in Jezus over te houden, onder Moderne invloeden, ook op dat volmaakt religieuse in slotte, tot den Jezus werd afgedongen. Jezus wel zeer vroom voor zijn tijd, maar de vrije
om
niets
vrome van onzen
tijd
nog weer vromer dan Jezus.
Uit dien hoofde moet niet enkel tegen deze Moderne voorstelling, en niet uitsluitend tegen deze Ethische verwatering,
maar ook tegen
dwaling der halve orthodoxie, die moeder was van
kelijke
die oorspron-
al
wat
volgde,
een welbewust protest uitgaan. Het moet weer helder tot ons Gerefor-
meerd besef doordringen, dat het werk der Schepping en het werk der Verlossing, en in zoover ook het werk der Gemeene gratie en der Particuliere genade, daarom alleen in Christus hun hooge eenheid vinden, omdat de eeuwige Zoon Gods achter beider uitgangspunt ligt, en dat de Vader met den Zoon en den Heiligen Geest, als God Drieëenig, dit uitgangspunt en dus ook het punt, waarbij beide werkingen uiteengaan, heeft.
zelf gesteld
Niet „de mensch Jezus Christus" heeft de wereld geschapen, maar
Hij die de wereld schiep en
Christus" tot
zijn
nog
in stand houdt, is in
„den mensch Jezus
klaarste en hoogste mystieke openbaring voor het zondige
menschenhart gekomen. Hij komt niet van buiten
in het
Godsplan
in, als
een vreemd element, dat eerst door onzen val te hulp wordt geroepen,
maar de Zone Gods wereldplan vast. Hij
stelt zelf
met den Vader en den Heiligen Geest het
wordt niet door het Besluit, en ter uitvoering van
dat Besluit, te hulp geroepen,
maar dat Besluit is heeft, neemt
Zijns, in dat
den „eeuwigen Vrederaad" genoemd
Besluit op en verbindt zich tot de uitvoering ervan. als Hij
zichzelf in het Verlossingsbesluit tot het
daren verbindt, even waarlijk ping.
is
zijn,
ook
als
wat men
zichzelven in dat
Maar even wezenlijk
Middelaarschap van zon-
Hij in dit Besluit de Middelaar der Schep-
Niet eerst Verlossingsmiddelaar, en nu
kunnen
Hij
om
Verlossingsmiddelaar te
Scheppingsmiddelaar toegelaten, maar in orde eerst
de oorspronkelijke Scheppingsmiddelaar, en nu daarna en tevens Verlossingsmiddelaar
om
de doorzetting en volvoering van het Scheppingsbesluit,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's