In Jezus ontslapen - pagina 134
,
122
immers de zonde vau hen en hen van de zonde scheiden. En daarom is dit korte zeggen hun genoeg, verder denken ze niet. En toch, het han niet waar zijn. Of zeg zelf, ligt de springader der zonde dan niet in Satan? Is ze niet uit Satan ons toegekomen? Is Satan dan niet enkel geest geschapen om nooit anders dan geest te zijn ? En toont dit dan niet dat ook gij straks enkel geest geworden op zichzelf en zonder meer, zeer wel nog voor zonde in uw hart kondt ,
,
,
,
openstaan ?
En meer nog, uw dood tot den
ge zijt als mensch toch niet hestemd, om na einde toe zonder lichaam te blijven? De belofte ligt er immers dat „ de ure komt dat allen die in de graven zijn de stem des Zoons van God zullen hooren, en zullen opstaan", en ook, dat „Christus alsdan ons vernederd lichaam zal gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam door de kracht waardoor hij ook alle dingen aan zichzelven ,
,
onderwerpen kan".
Was nu het lichaam uw vijand met wat angst zou het denkbeeld u dan niet vervullen moeten, dat dat lichaam straks terugkomt? En hoe zou alles in u dan niet moeten begeeren dat ge eindeloos enkel geest, loutere, reine geest mocht kunnen blijven. ,
,
Zoo zou dus het kwaad niet in uw lichaam als zoodanig, maar in uw zondig lichaam moeten schuilen. Maar een zondig lichaam wat is dat anders dan het lichaam weer in verband nemen met uw in zonde hangende ziel? ,
Of
zult ge zeggen, dat het zondige van het lichaam schuilt vernederde lichaam? Maar weet ge dan niet, dat uw Heiland datzelfde vernederd vleesch en bloed heeft aangenomen,
in
het
en dat Hij toch geen zonde gekend heeft? Is bovendien de zonde niet uit haar aard iets geestelijks? En als ge de zonde zoekt in het zondige lichaam, maakt ge er dan niet iets stoffelijks van? Immers ligt het tegengift wel voor het stoffelijke kwaad in het medicijn maar voor het geestelijk kwaad in de genade. De Manicheeër, die dit in zijn dwaasheid ontkende, zocht daarom het tegengift tegen de zonde in kruiden en planten. Op dat standpunt volkomen juist. Maar dat is toch uw standpunt niet. Gij eet niet tegen de zonde, maar gij hidt tegen de zonde. En ook, als er gesproken wordt van het eten van den Zoon des menschen en van het drinken van zijn bloed, dan verstaat ge dat niet Kapernaïtisch van het eten met den mond, maar van een eten met den mond des geloofs. ,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's