De gemeente gratie - pagina 432
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
428
DE TEMPERING VAN DEN VLOEK.
den vloek
en
inhield,
zelfs
een gelukstaat van zeldzame afmetingen in het
leven riep, dan zal
men
„gemeene gratie"
ons land zeer sterk doorwerkte, en hoe, in de latere
in
verstaan, hoe in die periode de invloed van de
periode die „gemeene gratie" weer zwakker werd.
Zulke algemeene invloeden nu werken het lichaam op allerlei manier, en het
de natuur en in het leven van
in
is juist in
die
algemeene invloeden
dat ge de rechtstreeksche inwerking van de gemeene gratie óók op ons
uitwendig leven te zoeken hebt. Voor korte jaren wees een hoogleeraar te
Leiden er op, hoe vermoedelijk
zelfs
invloeden van buiten onze aarde daarbij
op onzen aardbol kunnen inwerken. Hij ging loovig standpunt het ontstaan
buitentellurische invloeden te
willen
verklaren.
maar waarin dan toch
tuurlijk
gegund
schuilt,
dat het pure dwaasheid
blijft,
zelfs
zoover van op
zijn
van het leven op dezen aardbol
is^
te
Een droom
dit
onge-
uit zulke
die
hem
na-
element van waarheid
wanen, dat er
uit het
firmament
geen invloed van wat aard ook op onzen aardbol zou uitgaan. Van de zon weet ieder
maan
dit,
omdat
zoo duidelijk
delijk,
heeft
zelfs,
hij
het zelf voelt.
Ook van de maan
is dit dui-
dat het bijgeloof zich van deze invloeden der
meester gemaakt. Doch
al
geraakte
dwaalspoor, vast staat niettemin, dat de
maan
men hiermede op een volstrekt niet alleen op
„hoog water" invloed oefent, maar ook wel terdege invloed oefent op
sommige in
om
En wat gewaagds is er dan nemen, dat soortgelijke invloeden ook van het overige firma-
dispositiën in ons lichamelijk leven.
aan
te
ment op onzen aardbol kunnen uitgaan, niet alleen van de zonnen en aan schitteren, maar ook van de fijne, nog ongekende etherische stoffen, die het dusgenaamde luchtruim vervullen mogen? Voorzoover nu deze invloeden of inwerkingen metterdaad bestaan, dragen ze natuurUjk alle een algemeen karakter, en kunnen ze uit haar aard sterren, die er
tegelijk
de lucht
om
ons heen, en het leven zoo van de natuur als van
ons eigen bloed, kortom van heel ons lichaam aandoen.
van den dampkring kan
men
tot
Van de invloeden En voegt
op zekere hoogte hetzelfde gezegd.
nu de invloeden van de krachten, die op alle wijs, in den aardbol zelven werken, gelijk boven reeds op den magnetischen stroom gewezen werd, dan wordt het volkomen duidelijk, hoe Gode in zijn schepping allerlei middelen ten dienste staan, waardoor Hij zonder ons toedoen en geheel buiten onzen wil om, algemeene werkingen kan te voorschijn hierbij
roepen, die ons bestaan op deze aarde tot een hoogeren staat verheffen of tot
een lageren staat doen dalen
deze krachten
;
oftewel in Bijbeltaal omgezet, hoe in alle
God de Heere zóó kan werken,
dat ze ons den vloek,
de verdervende macht, meer of minder gevoelen doen.
Wat
d.
i.
de Schrift „de
hel" noemt, zal eveneens eenmaal door zulke algemeene invloeden ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's