De gemeente gratie - pagina 435
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TEMPERING VAN DEN VLOEK.
431
aan vulkanische uitbarstingen, aan de schrikvan dusgenaamde vloedgolven en overstroomingen, ook
slechts aan aardbevingen, kelijke verwoesting
niet het
minst aan die pestilentiën, w^aarop de Schrift zoo telkens terug-
komt, en die voor het uitwendig leven van zoo sombere beteekenis zijn. Over den hongersnood spreken we minder sterk, omdat een snellere communicatie dien zoo merkbaar getemperd heeft, al mag niet vergeten dat
nog pas het vorig jaar onder Engelauds hoogheid in Indië, duizenden en duizenden van honger gestorven zijn, en dat zelfs in Italië nog onlangs bange ellende
uit
gebrek aan voedsel geleden
is.
Doch
al
erkennen we,
dat de hongersnood niet meer dat booze karakter draagt, dat toch
bezat,
ellende
gewas
hij eertijds
het duidelijk, dat misgewas of rijke oogst steeds óf veel
is
verrijking des levens
óf veel
of rijke oogst afhankelijk is
ten gevolge heeft, en dat ook mis-
van invloeden die veelszins, buiten ons
Gods bestel beschikt worden. Zoo nu blijven ook de pestilentiën in haar opkomen nog steeds een mysterie. Zoolang woedde hier pest en zwarte dood en pokziekte. Toen kwam de cholera. Nu deze week, vertoonde zich weer de schijnbaar zoo onschuldige, maar in haar toedoen, alleen door
gevolgen vaak zoo doodelijke influenza zonder dat het raadsel valt op te
wat achtereenvolgens deze onderscheidene
lossen,
komen en weer verdwijnen. Doch
natuurlijke verschijnselen in het spel
God bestuurd en
dan toch door
pestilentiën
doet op-
zooveel staat vast, dat ook hierbij wel zijn,
maar
natuurlijke elementen, die
besteld worden, en die naar zijn Voor-
zienigen raad het verderf en den vloek de ééne maal sterk doen door-
breken, en dan weer temperen door gemeene gratie. Zonder de gemeene gratie zouden zulke
is
omdat God
Ten toe,
pestilentiën
rusteloos woeden,
verschrikken, en dan weer voor eenigen
tijdelijk
slotte
die
dan intoomt en
ze
en dat ze nu slechts
tijd
ons met rust laten,
breidelt.
voegen we aan deze drieeërlei soort werkingen nog een vierde
nu ons eigen
lichamelijk bestaan raakt. Gemeenlijk leeft
men
in
de voorstelling alsof een gezond gestel en gaaf lichaam ons natuurlijk bezit en recht ware, en alsof slechts nu en dan zeker invallend kwaad dezen
normalen toestand onjuist.
voor korten
tijd
en
verstoren. Die voorstelling is intusschen volkomen
uw
en onpleizierige gewaarwordingen, en on welbeden,
aandoeningen
des lichaams,
uitzondering, en niet dan
omgeving telkens hooren klagen over wat men dan
allerlei „erupties",
pijnlijke
bij
genoten, en ook afgezien van bepaalde krankheden, kunt
ge een ieder in
noemt
kwam
Wezenlijke gezondheid wordt niet dan
die
in
het hoofd, in den
mond
of in andere leden
ons de volle genieting des levens rooven.
En
al is het,
dat niet weinigen soms een gelukkige jeugd doorleven, mazelen en soortgelijke
onaangenaamheden
zijn
vroeg of laat bijna ieders deel.
En
nadert
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's