De gemeente gratie - pagina 102
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE PRAEDESTINATIE
IN
VERBAND MET „ALLE DINGEN
de praedestinatie uitsluitend zag: Het raadsbesluit Gods over het eeuwig
van de met bewustheid begaafde creaturen. Aldus werd het uitgedrukt, ook de engelen er bij op te nemen. Toch werd over de engelen bij dit leerstuk niet dan zeer ter loops gesproken, en kwam het leerstuk alzoo lot
om
ten slotte bijna geheel neer op het raadsbesluit Gods omtrent het eeuwig lot,
aan ons menschen,
dat
hoofd voor hoofd, beschoren was. Van de
engelen kon in dat verband niet anders dan zeer ter loops gehandeld
worden, overmits de praedestinatie inhield de vooruitbestelling van de genademiddelen ter verzoening en heiliging van den zondaar, en er zulke
genademiddelen ten bate van de engelen natuurlijk niet besteld
zijn.
Een
gevallen engel wordt niet gered, en de engelen konden uit dien hoofde hier niet anders voorkomen,
dan voor zoover ze
zalig
val in zonde bewaard, of ook voor zoover ze prooi
zouden
zijn
van het verderf werden,
en dies aanstonds en onherroepelijk aan dat verderf zouden gegeven. Dit nu zou
men desnoods nog
en voor
zijn
over-
de verkiezing der goede en de
verwerping der booze engelen kunnen noemen, maar de praedestinatie als zoodanig was op hen niet anders dan zeer van ter zijde toepasselijk. In hoofdzaak bleef dus de praedestinatie het raadsbesluit Gods omtrent het
eeuwig
resultaat,
waarop de levensexistentie van de menschen, hoofd voor
hoofd, zou uitloopen.
Ten
bewijze,
dat hiermee niet te veel wordt gezegd, sta hier,
bij
wijze
van voorbeeld, wat de bekende godgeleerde Petrus van Maestricht des-
aangaande
in
zijn
anders zoo veelszins uitnemende Dogmatiek leeraarde.
Hij zegt daar:
„Deze Voorverordineering
gaande de openbaring van
anders,
niets
is
zijne
dan het besluit Gods, aan-
bijzondere heerlijkheid in den eeuwigen
toestand der redelijke schepselen. Ze wordt een besluit genoemd, omdat
Gods bepaalde uitspraak en gevoelen
ze
behelst,
om
door een vast en
zeker beleid en raadslag uitgevoerd te worden. Al wat derhalve, in het
voorgaande Hoofdstuk van het Besluit Gods
komt wederom
voor,
om
Benevens andere dingen, in
't
algemeen gezegd
is
er in
't
te
is,
zulks
worden.
bijzonder in de Voorverordineering:
de eerste plaats, eene voorstelling van het einde, de betooning of ver-
klaring van
maar van macht en
En
in
op de Voorverordineering toegepast
VS.
heerlijkheid, niet in
bijzondere
heerschappij,
21.
zooverre
Gods zijne
hij
't
algemeen van
heerlijkheid,
Rom. 9
:
22,
namelijk
al
ten
Gods
heerlijkheid,
eerste,
van Gods
willende zijne macht bekend maken.
Of heeft de pottenbakker geene macht over het leem? voornamelijk zijne schepselen, hoezeer ook vrij zijnde, kan schikken
tot zoodanige gebruiken, als hij zelf wil, en uit
eenen en denzelfden klomp,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's