De gemeente gratie - pagina 323
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET dan
vader tot
die
zal
ik ben zwart."
dien
man?
IS
zijn
GOD DIE ONS HEILIGT.
319
kind zeggen: „Even wachten, lieveling, want
dat nu twee ikken: een zwart ik en een wit
Zijn
Natuurlijk niet.
Het
éénzelfde
is
ik, in
dat het eene oogenblik
ik,
roemt: Ik ben blank, en het andere oogenbhk erkent: Ik ben zwart, en
wat van die twee hij zeggen zal, hangt af van de tegenstelling. Tegenover den neger, die de nu verborgen blankheid van zijn huid betwist, zegt hij beslist: Onwaar, ik ben geheel blank, er is geen zwarte stip aan mij. Maar tegenover zijn kind, dat zich aan hem bezoedelen zou, erkent hij: JA; ben te eenenmale zwart. En zoo nu ook staat de herboren mensch er aan toe. Tegenover den man, die het werk Gods in zijn hart betwist, zal hij roemen: „Ik ben heilig en kan niet zondigen," maar tegenover zijn en
broeder,
voor
En
mensch."
God op de knieën
zijn
zal
ouden
Adam
zelfde
persoon de ééne maal spreekt van
belijden:
hij
hem
dat niet omdat er twee ikken in
zijn
:
„Ik ellendig
één ik van den
en één ander ik van het kind van God, maar omdat de ééne
andere maal van den vorm waarin
hij
zijn
verborgen wezen, en de
uitkomt voor de wereld. Geheel
maar nochtans bezoedelend aUe gave Gods
verheerlijkt inwendig,
die
we
aanraken.
Dieper dringen
wè
hierin thans niet door.
de twee ikken maar
gevaarlijke leer van
is
Het
ons genoeg, zoo de
is
afgesneden, en zoo duidelijk
wierd, hoe het ik in ons verborgen wezen geheel onzondig kan
toch nog in het bewuste, werkelijke leven met de bede
voor
zijn
God kan en moet
wil te hebben aangetoond, te
handelen
overbodig, al
is
de neigingen apart Dorde. III en IV.
1
:
Gods geschapen, versierd zijnen Schepper en
is
is
ons genoeg.
en
zijn,
schuldvergiffenis
met bewustzijn en
neerknielen. Dit in verband
Van de neigingen
afzonderlijk
het ook, dat onze Formulieren van eenigheid
bewustzijn en wil noemen.
bij
art.
om
„De mensch in zijn
We
lezen toch in Can.
van den beginne naar het beeld verstand met ware en zalige kennis van is
van andere geestelijke dingen;
in zijnen wil
en
zijn
hart met gerechtigheid; in alle zijne genegenheden met zuiverheid; en overzulks geheel heilig geweest. zijnen
vrijen
wil van
nemende gaven
God
des oordeels in
zijn
afwijkende, heeft
hij
is
duivels en
zichzelven van deze
uit-
en heeft daarentegen in de plaats van die over
beroofd,
zich gehaald blindheid,
Maar door het ingeven des
schrikkelijke duisternis, ijdelheid en verkeerdheid
verstand; boosheid, wederspannigheid en hardigheid
in zijnen wil en zijn hart
;
mitsgaders ook onzuiverheid in
alle zijne
genegen-
heden." Naast verstand (of bewustzijn) en wil wordt hier dus afzonderlijk
gesproken van
„alle zijne
genegenheden die zuiver waren", en daarna van alle zijne genegenheden"
het gevolg der zonde, waardoor „onzuiverheid in
gekomen terdege,
op één
is.
Gelet moet daarom op die „genegenheden" of „neigingen" wel
maar
lijn.
ze
staan daarom met bewustzijn en wil volstrekt nog niet
In bewustzijn en wil
is
de mensch
actief,
maar
in zijn neigingen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's