De gemeente gratie - pagina 531
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET LIJDEN SOLIDAIR.
527
bestrijden, te stuiten en met Gods hulp tot een einde te doen komen. Zoo heeft Calvijn gedaan, toen de pest te Genève was uitgebroken. De zieken opbeuren en vertroosten, en het kwaad der pestilentie door hygiëne te
was het
bestrijden
hoog
tweezijdig streven, waardoor
Genève de geesten
hij in
hield.
Er
het lijden onder deze bedeeling geen finale justitieele
alzoo in
is
van Gods
actie
en voor wie staat in vol en krachtig geloof
zijde,
van het
elk straffend karakter
En
ondergegaan.
lijden
in
vraagt ge nu hoe zich dit verklaren
antwoord u daarin gegeven, dat het
lijden
is zelfs
dat van kast^'ding en heihging
om
dan wordt het
laat,
der zonde wille niet op den
maar op de gemeenschap, op de velen, op het geslacht. Toen de toren van Siloam was neergestort, en in zijn val velen verpletterd had, vroeg Jezus: Meent ge, dat zij op wie die toren viel erger zondaars waren dan die andere voorbijgangers die vrijliepen? En in die scherpe persoon gaat,
vraag van Jezus
ligt
welbezien een oplossing van heel dit vraagstuk. Zeker,
De dronkaard
er zijn óók persoonlijke gevolgen van allerlei zonden.
woest
eigen lichaam,
zijn
de wellusteling vergiftigt
zijn
ten slotte broodsgebrek, de waaghals, die
ver-
eigen bloed, de
God
verzoekt, komt waarvan het aanwijsbaar is, dat ze uit die en die persoonlijke zonde voortkomen. Maar zelfs in die exceptioneele gevallen gaat het volstrekt niet door, dat de straf van deze bepaalde en aanwijsbare zonde zich persoonlijk tot den schuldige luiaard
lijdt
om, en zoo
zijn allerlei
De dronkaard verwoest
bepaalt.
maar, helaas,
van
al
te
eigen bloed vergiftigde, vreeslijke
nam maar
al
te
ellende,
volstrekt niet alleen zijn eigen lichaam,
vaak ook het geluk van
vrouw, en de toekomst van
zijn
allerlei
vormen van
was maar
ziekte
ter
dikwijls
zijn
al te
zijn gezin,
kinderen.
De
de levensvreugde
wellusteling die zijn
vaak oorzaak dat
zijn
kinderen met
wereld kwamen. De waaghals die
het brood van vrouw en kinderen
omkwam, meê in het
graf. Om nu nog niet eens te spreken van het zielsverdriet, dat door de zonde dezer ellendelingen aan vader en moeder, aan broeder en zuster, aan vrienden en magen berokkend werd. Het is dan ook ternauwernood
doenlijk
één enkele persoonlijke zonde uit te denken,
sleepende, de ellende des lijdens niet ook over anderen
die, straf
komen
na zich
deed, al
is
het dat ze aan zulk een zonde part noch deel hadden.
En dan het toch
geldt het hier nog uitzonderingen van persoonlijken aard, terwijl vaststaat,
dat de grootere
rampen van schipbreuk en
spoor-
ongelukken, van hongersnood en pestilentie, van opstand en oorlog, en cyclonen,
oorzakelijk
in
maar gemeens gevolgen
niets zijn
met eenige bepaalde zonde saamhangen,
van de gemeene verstoring, die
als gevolg
zonde en vloek, over heel de natuur en heel ons leven gekomen
is.
van
Waarom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's