De gemeente gratie - pagina 489
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET ONHEILIGE VAN ALLE SMART.
485
dan ook nooit met een lijk zien sollen. Zij voelen de huivering hebben nu nog de gewaarwording die aan Israël door de wetten op het aanraken van een doode levendig werd gehouden. En het leven, zult ge
voor het
is
juist
lijk.
in
Zij
gevoelskringen, die hier niets van verstaan, dat
bijna vertroetelt, en
waant
en met een
te zetten,
zijn liefde te
lijk te
men
het
lijk
toonen, door zich over alles heen
verkeeren, alsof het nog het levende lichaam
was. Maar ook buiten de wetten tegen aanraking van een doode,
is
geheel
het stelsel van wetten op de Levietische onreinheid één doorgaande onder-
om
wijzing omtrent den vloek, die
der zonde wil op heel ons leven rust
en alle lijden aankleeft. Zelfs waar zulk een verontreiniging buiten iemands weten hem overkomen was, moest toch het offer ter reiniging volgen.
Immers het gold
hier niet het gevolg
heilig karakter, dat in al het lijden der
van iemands wilsdaad, maar het onwereld krachtens den vloek school.
Toch moet erkend^ dat zelfs zij, die voor deze ontheiligende beteekenis van den vloek wel terdege nog een open oog hebben, op hun beurt feilen, door deze beteekenis van den vloek geheel willekeurig te beperken. Veelal toch erkent men de werking van den vloek uitsluitend in wat ongewoon, in het oog loopend lijden is, een lijden van een pijnlijk karakter. Men stelt het zich dan voor, alsof eigenlijk ons gewone leven goed en normaal is, en alsof slechts, bij wijze van uitzondering, nu en dan de beker des lijdens rondgaat, en alsof eerst dan, als die beker des lijdens
gevuld
is,
gezien.
Al wat wel op deze wereld,
de vloek aanwezig
is
te achten. gelijk ze
niet in het Paradijs bestond en evenzoo niet
En
dit
nu
met is
bitteren wijn
geheel verkeerd
nu is, openbaar wordt, maar meer denkbaar is in het rijk
der heerlijkheid, is een gevolg van den vloek, die over dit aardrijk is gekomen. Zelfs de geboorte van het kind met de smarten des barens maakte de moeder onrein, en ook Maria zocht het reinigingsoffer. Het gaat uit dien hoofde in het minst niet aan, alleen in dood, ziekte, pestilentie of
levensramp de werking van den vloek
te zien.
Die vloek werkt in heel
onze levensexistentie en als de elementen woeden, en de stormen aanzwellen,
en de golven dood en verniehng dreigen, en de bliksem inslaat,
en het roofdier rondsluipt, en het
giftig insect
u plaagt, en moeheid over
u komt, of honger u kwelt, of wat ook in dit aardsche leven
in strijd ge-
met uw aanspraak op volkomen welstand, volmaakt geluk, en store looze vreugde, dan moet van dat alles beleden worden, dat het ondenkbaar zou zijn in het Paradijs, en even ondenkbaar zou wezen in het rijk der raakt
heerlijkheid, en dat het alzoo
ordinantie,
maar
als
op deze wereld bestaat niet naar scheppings-
gevolg van de werking van den vloek. In dat alles
spreekt toorn, in dat alles openbaart zich de vrreedheid die een zondig
geworden menschelijk leven aanneemt, en dat alles kleeft.
Van Jezus
belijdt
dies ook het onheilige, dat aan
onze Catechismus terecht, dat
hij
het begin zijner menschwording af het lijden, en in dat lijden den
van
toorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's