De gemeente gratie - pagina 627
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
623
DE VERTOONING VAN HET BEELD GODS.
op het verband van mensch en mensch, op de eenheid en saamhoorigheid van ons geslacht, op het sociale naast het individueele wees. Zelfs de verzoening in het bloed des kruises is door die eenzijdige beschouwing
juist
van den enkehng,
tot
een „bloedtlieorie" geworden, waartegen niet ten
onrechte door de consciëntie protest
onze Gereformeerde Theologie, dat
zij
is
ingediend.
Nu
is
het de eer e van
door het krachtig op den voorgrond
van de Verbondswaarheid altoos op dit sociale element nadruk heeft gelegd, en het eenzijdige individuahsme heeft bekampt. Het is niet in het Calvinisme, maar in het Methodisme dat dit eenzijdig individuahsme stellen
zijn
doodelijke
historie
al mag mag evenmin
vrucht heeft uitgewerkt. Maar
zonder aarzelen vastgesteld, toch
dit
op grond der
verheeld worden,
dat ook de Gereformeerde Theologie verzuimd heeft, het sociale element met consequentie in haar leerstellig gebouw tot zijn recht te doen komen. is wel de veelheid en gemeenschap der heiügen" vastgehouden, ook is in de leer der erfschuld en der verzoening aller verband en saamhoorigheid „in Adam en Christus" wel steeds geleeraard; maar toch, met name in de leer van den mensch en van het beeld Gods voerde
De Verbondsleer
er wel, en in de leer der kerk
is
saamhoorigheid der uitverkorenen
in „de
steeds uitsluitend het individueele heerschappij, en tengevolge hiervan
is
ook de leer der zaligheid bijna uitsluitend individuahstisch ontwikkeld. Een kwaad, dat in de dagen van Calvijn en Voetius nog getemperd, toch later oorzaak werd van die gedeeltelijke ontaarding onzer Gereformeerde Theologie, die onmiddellijk na a
Marck en sinds Brakel
te
betreuren
valt.
Met ons goed en deugdelijk recht stellen we hier alzoo de vraag, of de schepping van den mensch naar den beelde Gods niet veel verder strekt, dan dusver individueel beleden is. En dan hgt het antwoord in de eenvoudige opmerking, dat toch het beeld Gods een veel te rijk begrip is, om in één enkelen mensch verwezenlijkt te worden. Reeds onder ouders en kinderen valt het soms op te merken, hoe de gelaats- en karaktertrekken van vader of moeder gedeeld en gespreid in de onderscheidene kinderen
maar zonder dat één van hen ze in hun volheid vermeer moet dan niet van het Eeuwige Wezen geoordeeld worden, dat zijn beeld, als we ons zoo mogen uitdrukken, veel te rijk en te vol is, om in één enkel mensch te worden afgedrukt. Komen we daarom der waarheid niet nader door te zeggen, dat drager van het volle rijke beeld Gods niet is de enkele mensch, maar heel ons mensche-
zijn
weer
toont.
lijk
te vinden,
En hoeveel
te
geslacht'? Christus
is
het beeld des onzienlijken Gods, naardien in
hem
aUe schatten der wijsheid verborgen zijn, maar geldt dit in dien zin van één onzer? Ook van Adam, als stamhoofd van heel ons geslacht, kan tot op zekere hoogte gezegd worden, dat heel het beeld Gods in hem in kiem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's