De gemeente gratie - pagina 87
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
83
DE GEMEENE GRATIE IN DE SCHEPPING GEGROND.
gevolgen van de zonde, en de doorwerking der zonde, gestuit heeft. Voor-
we van Achimelech
beelden als
aanhaalden, toonen voorts, hoe en op wat
wijze deze stuiting of verhindering van zonde toegaat.
Hetgeen de Heilige van de verharding en de verstokking leert, is niet anders dan het zich terugtrekken van de eerst temperende en bewarende genade
Schrift ons uit
overeenstemming hiermede, toont de
te verklaren. In
slacht
ons klaarlijk, hoe
er
eenerzijds
historie
van ons
ge-
een boosheid in ons menschelijk
geslacht woelt, die een helsch en demonisch karakter vertoont, en hoe
toch anderzijds in datzelfde menschelijk geslacht, een menschelijk leven
ook buiten het terrein der particuliere genade, u vaak verheffend
tiert, dat,
aandoet.
En
eindelijk
zegt het getuigenis van ons eigen hart ons, dat er
nog steeds een onzalige fontein van zonde
in
ons hart opborrelt, en dat het
bewarende genade onzes Gods was, die ons, ook toen we onzen Heiland nog niet kenden, voor de grove uitbrekingen dier zonde heeft bewaard. Schrift, geschiedenis, en eigen zielservaring dwingen ons alzoo om alleen de
strijd,
om aan
het
dogma der gemeene
gratie onveranderlijk vast te houden.
Ook die gemeene gratie nu staat voor ons in rechts treeksch verband met onze schepping. In dien zin namelijk, dat reeds onze schepping onze menschelijke natuur er op aangelegd moet geweest
king van de gemeene gratie mogelijk te maken. pelijk,
dat de
gewone opvatting
schepping en in opvat, die
houdt,
los
zijn,
om
Want wel
zich de onderscheiden
zulk een weris
het begrij-
daden Gods,
in zijn
genade beide, als twee op elkander volgende bedrijven naast elkaar zouden staan; maar wie aan de Schrift zich zijn
mag geen
oogenblik in zulk een voorstelling berusten. Dit
mag
zelfs
van de particuliere genade. Niemand kan of mag, met de Heilige Schrift voor oogen, betuigen dat God eerst de wereld schiep, toen afwachtte hoe het in die wereld loopen zou, en eerst daarna, toen Hij zag,
niet ten opzichte
dat ze gevallen was, een plan, een raadslag des heils bedacht heeft,
om
de
gevallen wereld te redden. Alle plan, en alle raadslag, en alle voornemen
Gods gaat volgens de Heilige
Schrift altoos terug tot vóór de grondlegging
der wereld. Niet eerst na de schepping en na den
vóór den val en vóór de schepping
ligt
val,
maar eeuwiglijk
het raadsbesluit des Almachtigen.
Zoo belijdt het dan ook heel de Christelijke kerk in al haar schakeeringen. Er mag verschil over bestaan, of in dit raadsbesluit de kennisse van den val een voorgeziene of vooraf bepaalde was. over,
Maar
er bestaat geen verschil
dat geheel het raadsplan Gods een eeuwig karakter draagt, en tot
achter de schepping, ja tot achter de grondlegging der wereld teruggaat.
Jezus zelf betuigt, dat Hij eens tot de gezaligden zal zeggen: „Komt,
gij
gezegenden mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk dat u bereid is van vóór de grondlegging der wereld." Van zijn heerlijkheid als Middelaar betuigt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's