De gemeente gratie - pagina 373
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE RAAD GODS.
men
men
zoo vaak doet. Zoo verstaat
den Raad Gods
om nu
dan,
in het stuk der uitverkiezing, als
Alleen uitverkoren personen of naast elkaar. Leert
komen daarop
uitmakende,
en dat
menschelijk geslacht
hem
één plant met
zijn,
te
zijn,
w^el
zijn
onder
ingelijfd,
om
uitsluiten.
zelf
wel dat ge die eenheid
onderhng saamhooren en één Beide moet dus in Gods Raad
bepaalde personen, de uitverkoren leden van
én dat deze bestaan zullen als saam één lichaam
makende. Zoowel het lichaam
Gods Raad
lijst
dat de uitver-
en als leden van eenzelfde lichaam in onder-
van Gods Raad kunt
liggen, én dat deze enkelen,
in
u,
dat alle verkorenen uit éénzelfde
in Christus, dat
zijn,
van losse namen.
en in den éénen Christus woorden
dan voelt ge toch
het lichaam
lijst
en onder één hoofd bijeenhooren, één
zoo,
van het lichaam, die eenheid niet
een
voor, en staan op die
ling levensverband te staan,
zijn
het hoogste te nemen,
nu daarentegen de Heilige Schrift
korenen leden van één lichaam geheel
369
als
uit-
de leden van dat lichaam, moeten dus
En daar nu een lichaam niet ontstaat doordien ge maar de leden opkomen uit wat
vaststaan.
eenige leden bijeenvoegt of in elkaar zet,
de wortel en de kiem van het lichaam
lichaam van Christus
zelf, in
is, moeten die leden zoowel als het Gods Raad organisch gedacht en voorbepaald
maar uitverkoren in Hem,
d. i. in den Christus. dan geldt het natuurlijk evenzoo in het we^geestelijke, en evenzoo ook bij het verband van dit niet-geestelijke met
zijn.
Uitverkoren,
Geldt
dit
nu
Ge kunt
het geestelijke. ziel
voorzien
ja,
in het geestelijke,
is,
maar
niet
niet zeggen,
uw
dat in de Besluiten Gods wel
uw
lichaam. Reeds het diepe verschil tusschen
het manlijke en het vrouwlijke onder menschen wijst dit uit; en zelfs
is
het lichaam van een Hottentot zoo in het oog loopend van het lichaam
van den Europeaan onderscheiden, dat niemand zeggen zielen
zal,
dat
God de
onverschiUig in dit of dat lichaam heeft doen inwonen. Een ieder
stemt toe, dat er ook van ons lichaam, evenmin kunt ge beweren, dat wel uw
op zichzelf voorbeschikt beide onverschillig zou
is,
o,
zooveel voor ons afhangt.
ziel
op zichzelve en
uw
En
lichaam
maar dat het verband en de saamhang tusschen Vraag het maar aan een doove of aan een
zijn.
blindgeborene, hoe zoo klein defect, als zijn doofheid of blindb.eid veroorzaakte, heel de ontwikkeling van zijn zieleleven beheerscht. Datzelfde geldt
van het geslacht waaruit ge geboren leven
van ons voorgeslacht
in
zijt,
of
wie weet
niet,
hoe stérk het
onze neigingen en gewoonten nawerkt?
Het geldt evenzoo van onze omgeving en van den levenskring waarin we geplaatst zijn. Een Eskimo staat aan heel andere verleidingen bloot dan een inwoner van een groote wereldstad.
Op
het platteland
is
de
strijd
der
geesten een veelszins andere dan op het kantoor of op de beurs van onze koopsteden. Kortom, de saamwerking, het verband houdt nergens op, maar
gaat overal door. Er die
invloeden U.
is letterlijk
niets dat niet invloed
worden geoefend zoowel door het
kan uitoefenen, en
kleinste
als
door het 24
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's