In Jezus ontslapen - pagina 180
XXXII. „2)e bingen bie niet bemegeüj! §ijn".
En dit woord: Nog eenmaal; wijst aan de verandering der bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren opdat blijven zouden de dingen die niet bewegelijk zijn. Hehr. 12 27. ,
:
ge
„Hier beneden het ivorden, eens daarboven liet zijn!" Hebt ooit, met krachtig voorgevoel, de heerlijkheid als vooruit
doorleefd, die in dit „niet meer vjorden", maar „ eeiiwiglijk zijn" 11 tegenschittert ? Ons worden hier is ons gestadig veranderen. Op den weg dien wij betreden is, gelijk de dichter zong, geen voetstap die bekliift.
Al het heden wordt verleden, schoon
't
ons toegerekend
bliift.
En let wel, dat rnstelooze van het .worden" is geen straf voor de zonde. Zeker, de zonde heeft ook dat worden, en verworden, en veranderen op schrikverwekkende manier verergerd. De dood en het graf toonen het wel wat er als bittere vrucht der zonde van onzen persoon van ons leven van onzen werkkring, van oiis geluk, en van onze aardsche idealen tenslotte ,
,
,
,
,
icordt.
Zoo zou het, buiten zonde, niet zijn toegegaan. Door ééneii meusch is de zoude in de wereld gekomen en door de zonde de dood. Maar toch, ook zonder en buiten zonde, zou in cfec bedeeling ,
de gestadige verandering, het rusteloos worden, tot onze natuur
hebben behoord.
God
schiep
oiis in
oorspronkelijke gerechtigheid
,
ongetwijfeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's