De gemeente gratie - pagina 203
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
199
VOORBEREIDENDE GENADE.
te willen hoeren. Ze kunnen de vreeze niet van zich zetten, dat al zulke leeringen ten slotte afbreuk zullen doen aan de volkomenheid en de onwederstandelijkheid van 't werk Gods in de zaligmakende genade. Er schuilt voor hun besef bij al zulke leeringen een
van een algemeene genade
adder onder het gras, en deze de juiste
ze zichzelven buiten staat gevoelen,
v^^ijl
tusschen waarheid en
lijn
kiezen ze voor zich dan
ken,
liefst
dwahng scherp en
de veiligste
partij,
om
ten
zuiver te trek-
en verklaren kort
en goed van geen voorbereidende of algemeene genade te willen weten. Dat ze zoodoende ongemerkt van het Gereformeerde erf naar het Doopersche erf overschrijden, gissen ze daarbij van verre niet. Toch is dit zoo. Door toch aldus absoluut alle verschil in toestand bij hen die tot
bekeering komen, buiten rekening te willen laten, sluiten ze het oog voor de Voorzienige werking Gods voorzoover zich deze op den zondaar vóór richt, en met het bestel der wedergeboorte in verband rekenen eerst van de wedergeboorte af. Al wat daarachter of daarbuiten Hgt, gaat hun niet aan. En zelfs de vraag, wie en hoe de per-
wedergeboorte
zijn
staat.
Zij
wien de wedergeboorte tot stand komt, gaat hun niet aan. Hun boezemt alleen belang in, wat er door de wedergeboorte nieuw in den zondaar tot stand komt. Juist dus het Doopersche dualisme. En overmits wat als wedergeboorte achter de bekeering ligt voor ons onwaarneembaar is, houdt dan ten leste ook de eigenlijke wedergeboorte op hen bezig te soon
is,
in
houden. Ze zien
feitelijk
steeds meer toe,
om
te
het
niets
dan de daad der bekeering, en hellen er
werk Gods eigenhjk
eerst in de bekeering zelve
laten aanvangen. Zoo gaat het onderscheid tusschen wedergeboorte en
meer teloor, en als gevolg hiervan verliest de kinderdoop ware beteekenis, en zouden ze het eigenlijk redelijker vinden indien de Doop eerst op de bekeering volgde. Juist dus het standpunt der bekeering
al
voor hen
zijn
Dooperschen.
Het
is uit
den weg
te
dien hoofde noodzakelijk, dit diep ingrijpend misverstand uit
ruimen, en de belijdenis op dit stuk
wederom op zulk een
wijs uiteen te zetten, en op zulk een manier toe te lichten, dat tweeërlei
even
beslist
en
gelijktijdig
gehandhaafd worde. Eenerzijds de waarheid,
dat wat op het oogenblik van de toebrenging ten leven in den zondaar
voorhanden
is,
in elk opzicht
onbekwaam
en principieel veeleer vijandig tegen
alle
bleef,
om
het heil aan te nemen,
aanneming van het
heil overstaat
zoodat dan ook de aanneming van het heil nooit van de vrije wilskeuze
van den mensch afhangt; en nooit waar
God
nooit,
waar ze
tot stand
ze tot stand wil brengen, door
komt, uit hem kwam, hem kan worden afge-
Maar dan ook anderzijds de waarheid, dat in het bestel Gods zijn Voorzienige leiding met zijn uitverkorenen nooit buiten verband met hun slagen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's