In Jezus ontslapen - pagina 167
,
155
Wie dat soort onderwerp aanroert, is vooral onder de aandoenlijke sekse er zeker van, dat men naar hem luistert. Het Spiritisme is er grooteudeels uit opgekomen. En, al moge de man die over alles heen is met zulke vragen zijn spel van harteloozen spot drijven, het blijft vraar, dat we op onze graven al zulke vragen o, zoo moeilijk van ons kunnen zetten. Het is zoo menschelijk! En toch, de Heilige Schrift moedigt het niet aan. Ze voedt de neiging, die hierin uitkomt, niet. Ganschelijk niet in het Nieuwe Verbond, en slechts zeer vaag in het Oude. Iets wat ,
Israël nog te opmerkelijker is omdat Israël in Egypte groot werd, waar de dienst van het graf, meer dan bij eenig ander volk, niet maar een stuk, neen, de rijke bezigheid van het leven vormde. De zorge voor de graven ging bij het volk, waaronder Israël van stammen groep een natie werd de zorge voor het huis waarin men tijdens zijn leven woonde, zeer stellig te boven. bij
,
,
Slechts éénmaal heeft Jezus zich het „weerzien" raakt, uitgelaten. Leviraatshuwelijk achtereenvolgens gehad, en van wie men Jezus nu
pertinent over een vraag die Het gold die vrouw, die in zeven broeders tot man had vroeg: In de opstanding der
dooden, aan wie zal ze dan als vrouw eigenlijk verbonden zijn? Maar ook toen voedde Jezus de hope van het weerzien zoo weinig, dat hij veeleer elk denkbeeld, alsof na den dood zulk een aardsche liefdeband nog doorging, kortweg afsneed. En wel teekent Jezus in „ Lazarus en de rijke man ," ons een terstond elkander herkennen nadat beiden gestorven waren, maar ook hier is de band van vroeger weggevallen, en is de verhouding veeleer omgekeerd. Ook in de apostolische geschriften vindt ge over dat „ weerzien " letterlijk geen woord en dat niettegenstaande met name Paulus herhaaldelijk en breedvoerig, van wat na het sterven te komen staat, handelt. En wat het meest treft is, dat ook in de Openbaringen waarin alle vreugde des eeuwigen levens in sprekende kleuren geschilderd wordt, onder de genietiugen die eeuwiglijk Gods kind zullen verkwikken met niet één trek van het „ weerzien" gewag wordt gemaakt. „Weerzien" nu natuurlijk genomen in dien teederen zin, waarin het woord gangbaar is, als weeraanknoopen en voortzetten van den innigen liefdeband die man en vrouw, die moeder en kind, die zuster en broeder, die vriend en vriend op aarde verbonden hield. Daarvan vindt ge niets. Een leemte, waaruit ge niet zult afleiden, dat er dus geen ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's