De gemeente gratie - pagina 337
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET OPTREDEN DER GELOOVIGEN
IN
DE WERELD,
333
hoewel toch die zelfde personen toespreken:
zich, kort van te voren, aldus hooren „Naar zijnen wil heeft Hij ons gebaard, door het woord der
waarheid, opdat wij zouden 1
18).
:
Het
borgen stand voor God, want dan
huD stand
als
die wereld de
nog
schepselen" (hfdst.
zijn als eerstelingen zijner
genomen worden
verschil is alzoo, dat ze hier niet ze
zijn
heilig
in
hun
om
de wereld levende personen, en dus geroepen
in
deugden
te
verkondigen van
Hem
ver-
en volmaakt, maar in in
die ze geroepen heeft tot
wonderbaar licht. Hiermede is natuurlijk in het minst niet beweerd, dat er tusschen deze zelfreiniging en hun verborgen leven voor God geen innerlijk en zelfs noodzakelijk verband zou bestaan. Dat zal wel anders blijken. Maar vastzijn
gehouden wordt de overtuiging, dat
dit leven in
deze wereld, dit worstelen
de wereld, en dit zichzelf mengen in de wereld, geen middel ter
in
maar
heid,
uitvloeisel
van zaligheid
is,
zalig-
en ten doel heeft niet iets toe te
voegen aan het werk van Christus, maar
om
in dit
God
leven
te verheer-
Onze Heidelbergsche Catechismus drukt dit zoo uit, dat zich hierin een „leven der dankbaarheid" uit, wat natuurlijk op hetzelfde neerkomt, maar toch niet aan het uiterste doel raakt. Dankbaarheid is een beweeglijken.
waarom we
maar duidt nog niet aan, waarop ze gemunt is. Waarom toon ik dankbaarheid als ik mijzelven reinig? Antwoord, niet alleen omdat dit mijzelven voldoet. Dat óók wel, maar dat is toch de eigenlijke aandrift niet. Zal er dankbaarheid uit iets spreken, dan moet het uitloopen op iets niet voor mijzelven, maar voor God. En dit laatste nu vindt ge dan eerst, reden,
waartoe die actie
zóó en niet anders handelen,
leidt,
waarop
ze uitloopt,
ge van deze zelfreiniging zorgvuldig afsnijdt elk motief
als
om
er zelf zalig
door te worden, en zoo ge stoutweg het aandurft, dat ge hiermee sluitend bedoelt het verkondigen van de deugden van
Hem
die
u
uit-
riep,
d. i. het laten schijnen van het licht, dat in u is, opdat de menschen het souden zien en uwen Vader, die in de hemelen is, verheerlijken mogen. Zeg dus nooit, waar het uw zelfreiniging betreft, dat ge u niet stoort aan
de menschen. Christus zelf toch zegt
En is
eerst
om
als
u,
dat ge juist
de menschen het zien, kan er
verheerlijkt worden.
zelfreiniging niet
Doch
dit
daarom
uw Vader
het doen
die in
brengt dan ook met
zult.
de hemelen
zich,
dat deze
komen door de rechtstreeksche werking genade, maar dat ze veeleer in haar uitwerking juist
kan
tot
stand
van de particuhere op de gemeene gratie berust.
Dit kan reeds daarom niet anders, zijn,
die
omdat het een
zelfreiniging
ook voor de ongeloovige menschen waarneembaar
is.
Zij
moet toch
moeten uw goede werken zien, en er God om verheerlijken kunnen. Dit nu is met loutere werkingen des Heiligen Geestes niet het geval. Wat rechtstreeks uit de zaligmakende genade opwast,
waarneembaar. Gedurig immers
wijst
is
voor de wereld on-
de Heere Christus zelf er op, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's