De gemeente gratie - pagina 454
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
450
INSTINCTIEVE HANDELING.
of gelijk
het ook wel uitdrukt, haar
hij
gemeld werk Het
„honigbereiding", leest
men
in
volgende:
dit
reeds lang bekend, dat de mieren voor een groot gedeelte haar
is
vinden in
voedsel
reeds meermalen
het
is
zoete
vocht,
opgemerkt,
zijn
dat
de
luizen
afscheiden. Zooals
deze insecten inderdaad de koeien
van de mieren, in Linneaus terminologie: „Aphis formicarum vacca." Eene goede beschrijving van de betrekking, die er bestaat tusschen mieren en luizen, is reeds meer dan honderd jaar geleden gegeven door l'Abbé Bossier de Sauvages. Doch de luizen zijn niet de eenige insecten, die den mieren als koeien dienst doen. Verscheidene soorten van Coccidae, Cercopis, Centrotus, Membracis, enz., worden op dezelfde wijze gebruikt. H. Edwards en M. Cook hebben opgemerkt dat de mieren de larve eener kapel likten, Lycoena pseudargiolus. De verschillende soorten van mieren gebruiken soorten
verschillende niger)
wijdt
bladen bedekt
zijn
van luizen. De gewone bruine tuinmier (Lasius
geheel
zich ;
aan
de
bladluizen,
waarmede de twijgen en
de (Lasius brunneus) aan luizen, die op boomschorsen
kudden van luizen op na houdt, die zich met wortels voeden. Misschien is aan deze verschillende gewoonten de verscheidenheid van kleur toe te schrijven. In het Oostzeebarnsteen vindt men onder vele overblijfselen van andere leven, terwijl de kleine gele mier, (Lasius flavus) er
insecten,
ook eene soort van mieren, de tusschenvorm tusschen onze
kleine bruine tuinmieren en de gele weidemieren. Dit
waarschijnlijk
is
waar deze en andere gemengde soorten oorspronkelijk thuis behoorden. Men komt licht in de verzoeking te veronderstellen, dat de bruine soorten, die zooveel in de open lucht leven en op boomen en de
plaats
struiken
klimmen, hare donkere kleur teruggekregen en
zelfs
verdon-
kerd hebben, terwijl andere, zooals Lasius flavus, de gele weidemier. die bijna geheel onder den
grond
leeft, zeer
verbleekt
is.
Het mag bijna in letterlijken zin gezegd worden, dat de mieren de luizen melken, want zooals Darwin en anderen bewezen hebben, behouden de luizen gewoonlijk het afscheidingsproduct, totdat de mieren gereed
zijn
dit
te
ontvangen. De mieren aaien en liefkozen de luizen
met hare voelhorens, en dan ontdoen
zich
de
luizen
van het zoete
afscheidsel.
Het
is
waarschijnlijk voordeelig voor de luizen, dat deze honig
verwijderd, daar ze dienst,
tegen zelfs
dien
de
de
is.
Doch
mieren aan de luizen bewgzen.
aanvallen
stallen
min of meer kleverig
dit is niet
Zij
wordt
de eenige
verdedigen ze ook
harer vijanden, en niet zelden gebeurt het dat
zij
van aarde voor ze maken. De gele mieren verzamelen in
de soorten, die zich met wortels voeden en bewaken ze zorgzaam als hare eigen jongen. Maar dit is nog niet alles. De mieren verzorgen niet alleen de volwassen luizen, die hun van dienst kunnen zijn, maar ook de eieren dier luizen, die natuurlijk, tot dat ze
hare nesten
even
zijn, onbruikbaar zijn. Deze eieren werden het eerst opgemerkt door den Engelschman Gould, wiens uitnemend werkje over de mieren lang niet die waardeering ontvangen heelt, die het verdiende.
uitgebroed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's