In Jezus ontslapen - pagina 43
,
31
naar Imn oorsprong uit eenzelfde bloed maar naar van Gods uitverkiezing. Er is geen doodenslaap, en er is ook niet een op rijen zitten, om eindeloos psalmen te zingen. Neen, er is leven en saamleven als in een gezin, en in dat hemelsch gezinsleven een rusteloos werken, zonder ooit afgemat of moede te worden. Er is geen dag en er is geen nacht, maar een eeuwig bestaan in heerlijkheid. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.
gevoegd
zijn
,
het plan
Maar ook, en dit is het tweede: Die vele woningen maken saam het ééne Vaderhuis uit. Er is onderscheiding, maar in die onderscheiding is er toch heerlijke eenheid.
Het zijn geen , woningen 7iaast het Vaderhuis, of om het Vaderhuis, maar alle saam zijn ze in het ééne Vaderhuis besloten. Zoover als de heerlijke kring dier woningen zich uitstrekt zoover strekt ook het Vaderhuis zich uit. Op deze aarde verlaat het kind zijns vaders huis, om een eigen woning te gaan bewonen. Maar zoo is het in den hemel niet. Daar is wel onderscheiding, maar geen scheiding. De gezaligden blijven eeuwiglijk in het huis huns Vaders, maar in dat ééne Vaderhuis bezitten ze groepsgewijze een eigen woning. De Tempel te Jeruzalem beeldde dat in zwakken vorm af. Er was het Heilige der heiligen, waar God woonde, en om dat Heilige der heiligen, waren rijen van woningen en opperzalen, waarin de familiën saam kwamen, om haar offerfeesten te vieren. En dit alles saam vormde den éénen tempel. Het is dan ook niet zoo onwaarschijnlijk, dat Jezus zijn beeldspraak van het Vaderhuis met zijne vele woningen aan den tempel van Jeruzalem ontleend heeft. Maar in die beeldspraak ligt dan ook, dat in alle woning der gezaligden daar boven gezinsgemeenschap met het Eeuwige Wezen wordt genoten, en dat het alzoo in alle woning is, dat God er bij zijn gezaligden, en dat de gezaligden er bij hun Vader inwonen. Meer nog. Indien alle woningen samen het ééne Vaderhuis vormen, dan ligt hierin tevens besloten, dat wel de gezaligden in eigen woningen vertoeven, maar dat ze ook zoo toch broederlijk gemeenschap hebben met de gezaligden in alle andere woningen. Een gemeenschap tusschen woning en woning, niet om uit en in te gaan, maar als te zamen wonende in het ééne Vaderhuis. Geen gemeenschap die de verbijzondering der afzonderlijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's