De gemeente gratie - pagina 370
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE RAAD GODS.
366 dat
God
Raad
zijn
dan ook geen
niet varen laat,
twijfel, of
nimmer van een
ware
dit
maar
den einde toe uitvoert. Er
tot
van meet
is
af helder ingezien, zoo zou er
leerstuk der Voorzienigheid sprake zijn geweest,
men
zou
dan gesproken hebben van de onderhouding en regeering der wereld, of op andere wijze zijn gedachten hebben uitgedrukt, maar het denkbeeld van het voorzien zou gebleven zijn in de Besluiten, waar het dan ook metterdaad thuis hoort. Wie dan ook nagaat wat in de Dogmatiek over dit leerstuk verhandeld is, merkt ongedwongen al aanstonds, dat het begrip van voorzien of vooruit zien aanstonds wordt losgelaten, en dat feitelijk van niets anders gehandeld wordt dan van de instandhouding en het bestuur van alle dinaren.
Dat intusschen
de gemeene voorstelling het dwaalbegrip nog steeds
in
stand hield,
is
in
Raad Gods
te
eenzijdig
niet geringe
mate daaraan
behoudenis van zondaren, en
aan de Uitverkiezing. Nog
is
eigenlijk niets anders inhoudt,
bij
men bij den Raad Gods tot eng en te nauw
te wijten, dat
en te uitsluitend dacht aan den de Besluiten Gods te
het in veler voorstelling, alsof de Raad Gods
dan een
lijst
van de uitverkorenen, hoogstens
Wat
vermeerderd met een opsomming van de heilsmiddelen.
de Schrift
noemt het Boek des levens wordt dan geacht met den Raad of de Besluiten Gods zoogoed als eensluidend te zijn. En daarbij komt dan nog wel het „Boek met de zeven zegels," maar ook dit heeft toch alleen betrekking op de machtige gebeurtenissen die
te
om
de worsteling
van Satan
tot beslissing
komende
op leven en dood tusschen het Godsrijk en het
rijk
Raad Gods gezocht en
brengen. Daarin en daarin alleen wordt dan de
gezien.
zijn,
Niet alsof men, deswege ondervraagd, niet óók wel erkennen zou,
dat er ook in de andere dingen zekere vastigheid
eeuwig, maar toch
dingen in
zijn
men denkt
er dat niet
bij,
is
men
en zeker bestel van scheidt die
gedachte van die dingen des Koninkrijks
af,
gewone
en komt daar-
door vanzelf tot de onhoudbare voorstelling, alsof de Raad of het Besluit
Gods
schier eeniglijk op
ontstaat dan
deze ééne geestelijke hoofdzaak sloeg. Daardoor
vanzelf zekere behoefte
om
ook voor de overige dingen des
levens een eigen plaats te vinden, waar ze onder
God
in
zijn
te zetten,
leerstuk van de
in het zijn
verband
zijn te
brengen en met
en die plaats wordt hun dan aangewezen
Voorzienigheid.
God
zet
dan
zijn
Raad, voor wat
Koninkrijk aangaat, door, maar ook alle dingen die daarbuiten liggen,
heeft
Hij
in
zijn
macht, houdt Hij in
zijn
hand, en
zijn
Voorzienig bestel
bestaat nu daarin, dat Hij ook al die overige dingen met wijsheid bestiert
en regelt. Ja, dit Voorzienig bestel vindt dan daarin,
dat Hij in de
zijn
kern en middelpunt
dusgenaamde „bijzondere" en „bijzonderste" Voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's