In Jezus ontslapen - pagina 253
DE AARDE. EN DE WERKEN, DIE DAARIN
ZULLEN VERBRANDEN". 237
ZIJN,
vernieuwd wordt, dat het in al zijn oude pracht en als nieuw voor het oog tot u terugkeert. En ook, het reinigen, het vernieuwen van nietaalstukkeii door vuur kennen we. Verroest en onooglijk ijzerwerk herwint in het vuur zijn nieuwheid en glans, en aldus in het vuur opgesmolten en in nieuwen vorm gegoten, blinkt het weer voor het oog in zijn metaalblankheid en in zijn ongerepteii vorm. En waarom zou God dan niet evenzoo met heel zijn wereld kunnen doen, wat de voller verricht met het kleed of de metaalgieter met het stuk metaalwerk? Het is zoo, het grootsche van den omvang, de uitgebreidheid der afmetingen, het reusachtige van het firmament, doet ons hier duizelen, maar staat God Almachtig dan niet nog veel hooger boven heel het werk zijner schepping dan de voller boven zijn waschtob of de smid boven zijn vmudiaard'? Wie iets maken kan, kan het ook vermaken. Wie scheppen kan, kan ook herschei)pen. En hoe majestueus ook het heelal ons toeschijne in zijn grootheid, voor God is het als niets geacht. Zijn niet de volken voor hem wat een druppel water aan den emmer is, of een stofje op de weegschaal? En hebt ge dit n eenmaal ingedacht dat hoe groot de wereld ook zij God zelf nog tien- en honderdmaal grooter is dan die gansche wereld, ja, dat ge ook zoo van de grootheid van uw God nog slechts ciestameld hebt, wat zal er dan wonderbaars voor uw God in zijn om heel dat heelal als één machtig instrument in te smelten, en het straks verjongd, vernieuwd en in nog heerlijker vorm gegoten, voor Zich en voor zijn heiligen te
kostelijk gereinigd en
,
,
,
stellen ?
ligt de schuld, dat we doorgaans van deze wereld en van den Heere onzen God veel te geringe groote, veel te gedachten koesteren. Dat doen niet alleen de lieden der wereld, dat doet ook het Christenvolk, te traag van geest als het is, om de heerlijkheid zijner erfenissen in te denken, of ook om in te leven in wat de Schrift ons zoo duidelijk en zoo omstandig profeteert. Zeker, ge moogt daarom uw roeping in de (lingen dezer
Aan| ons
wereld niet klein achten, en veel min verzuimen. Zoolang God u in deze bedeeling laat, hebt ge in deze bedeeling uw God te dienen, voliiverig en getrouw. Maar steeds zal het bij dit uw doen u helder voor oogen staan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's