Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 277

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 277

2 minuten leestijd

„EN VERGEET GEENE VAN ZIJNE WELDADEN ".

261

zorg' uitgekozen en met Goddelijk bestel geregen iu het snoer der liefde waarmee Hij ons siert. Maar juist omdat (iods weldaden, één voor één, door de hand Zijner trouwe als flonkerende starren aan den hemel van ons leven zijn geplaatst, om ons tot teekenen van Zijn trouw en liefde te zijn, daarom is het zoo zondig in ons, als we er geen oog voor hebben en als we onder het geflonker van Zijn trouwe voortgaan op den levensweg, met het sombere oog ter aarde neergeslagen. Dat beleedigt zijn Yaderhart. Dat kwetst zijn Goddelijk mededoogen. Dat is liefde met ondank vergelden. En bedenk het wel. Het is niet genoeg, in het gemeen aan de veelheid van Gods weldaden indachtig te zijn. Stuk voor stuk, één voor één, moeten ze in den spiegel van het hart fonkelen en liefde en lof naar onzen Vader iu de

vaderlijke

,

hemelen terugstralen. Vergeet niet één van

Maar zoo, eer

weldaden

zijn

!

daar gaat de rouw en de berooving van ons we het weten, tegen in.

juist

hart

De verzoeker van ons hart laat ons zelfs bij het graf niet en poogt zelfs bij onze heiligste smart onze ziele af te buigen van den lof des Heeren. Hij fluistert ons dan in dat het al veel voor ons geloof is zoo we niet morren; dat te berusten in Gods wil vroomheid te over is; en dat wie de hand op den mond legt, en zich met een gebroken hart onderwerpt aan het harde lot dat over hem o,

los,

,

kwam, reeds met En toch dat is

de allerheiligsten zich meten kan. niet zoo. Ge berust ge legt de hand op den mond ge onderwerpt u als ge staat tegenover een macht waartegen ge niets doen kondt en tegenover een majesteit, die om ontzag en eerbiedenis vraagt. Maar zoo mag een kind van God niet tegenover zijn Vader in de hemelen staan. Als we in wat nood of dood ook, al zij het nog zoo kort, ,

,

,

het geloof aan Gods trouw en Vaderliefde opgeven is God voor ons weg. Dan is Hij onze God niet meer en is het geflonker van zijn weldaden achter een floers van nevelen voor ons schuil gegaan. De wereld verstaat dat niet. Van haar kan God zijn eere niet hebbeu. Zij kan zijn Vaderhart niet met wezenlijk verstand van zijn liefde toespreken. ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 277

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's