In Jezus ontslapen - pagina 70
,
58
en het licliaam ontbinding.
zelf gaat
tengevolge van het sterven over tot
Hierin ligt uitgesproken dat vóór het sterven d. i. in de kracht van ons leven, de ziel het lichaam bindt en het lichaam de ziel. Tvt^ee banden alzoo, die dan losgaan door den dood. En zoo vs^ordt de ziel ontbonden van den band des lichaams, en het lichaam ontbonden van den band der ziel. Bij het leven was er over en weer een elkaar binden; door het sterven is er wederzij dsche ontbinding. Nu is de ontbinding, die het lichaam vrijmaakt, omdat ze in het stoffelijke plaats grijpt, het lichtst te verstaan. Ons lichaam bestaat uit stof, en in die stof van ons lichaam werken evenals in alle andere stof zekere krachten. In die stoffen zijn scheikundige werkingen; er zijn plantaardige, er zijn dierlijke verschijnselen in. En die verschillende krachten en werkingen, gevoegd bij de invloeden van buiten, komen er van zelf toe, om het lichaam uit elkaar te werken, en op te lossen in zijn bestanddeelen. Zoolang nu de mensch leeft, gelukt dit niet, omdat in den levenden mensch de ziel alle deze krachten en werkingen in toom houdt, en ze dwingt tot dienst. Wordt aan dien band, waarmee de ziel alle werkingen in het lichaam gebonden houdt ook maar even ernstig getrokken of getornd, dan zijn we krank. En treedt ten slotte de dood in, zoodat de ziel dien band geheel loslaat, dan volgt er reeds zeer spoedig ontbinding, d. w. z. dat die krachten en werkingen, die dusver door de ziel aan den band werden gehouden, nu worden losgelaten, en dat ze, op die wijze vrij geworden, nu zich opmaken, om het eens zoo schoone lichaam in zijn kleinste bestanddeelen te ontbinden. Dat lichaam was uit stof opgebouwd, en het keert nu door die ontbinding tot stof weder. Dat er ook een ordenend iets in die stof was, waardoor die millioenen stofdeeltjes (cellen of ook deelen van cellen, noemt men ze thans) bij dier opbouw aan het lichaam juist die wonderschoone gestalte gaven en die organen in ons voltooiden en die evenredigheden van onze beide oogen, ooren enz. tot stand brachten, is zeker waar. Zelfs bij de nietigste plant erkent men thans almeer zulk een ordenend beginsel, zulk een regelende kracht. Maar dat voor ditmaal terzijde latende, is het dan toch volkomen duidelijk, dat bij ons leven die velerlei stofdeeltjes en werkingen in ons lichaam gebonden, waren, en dat ze na ons sterven ontbonden worden, en wel zóó dat heel het zichtbare, dat aan ons was, tot ontbinding overgaat. ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's