In Jezus ontslapen - pagina 88
-ONTBONDKN TE WOEDEN
72
Doch dan moet ook ons lichaam voor ons een afdruk van onze ziel in het zichtbare zijn. Alle gedachte, alle kracht, alle "werking, alle toeleg moet dan in de ziel huizen, en uit de ziel naar buiten pogen te dringen; en ons lichaam moet dan aan onze ziel zulk een instrument, zulk een orgaan, zulk een bewerktuiging bieden, als zij noodig heeft, om die gedachten, die werkingen, die krachten naar buiten te doen uitkomen, ter bereiking van het door haar beoogde doel. De ziel moet dan in de centra van ons zenuwleveu aan dat zenuwgestel raken. Ze moet door dat zenuwgestel in staat zijn, gewaar te worden wat er buiten haar omgaat. En evenzoo, om door die zenuwen haar innerlijke beweging op haar lichaamssfeer eerst, en dan op de wereld buiten haar over te brengen. Niet ons oog ziet dan, en niet ons oor hoort, maar het is onze ziel die ziet en hoort, door het venster van ons oog en door de telefoon van ons oor. Als iemand van zichzelven valt, dan is hij weg, en moet hij weer bijgebracht worden. Maar al is hij dan weg uit de waarneembare wereld, daarom is hij er toch nog. Alleen maar. zijn lichaam dient hem op dat oogeublik niet meer. Hij neemt niet meer waar, en kan niet meer door zijn lichaam werken. Doch dat hij er aldoor bleef en nog is, blijkt straks als hij weer bij komt. En ook, hij komt weer bij met precies dezelfde ziel, en die ziel is weer juist wat ze van te voren was. met dezelfde herinneringen, gedachten, verbeeldingen, werkingen en krachten. Nu is dat „weg zijn" bij het sterven niet slechts voor een oogenblik maar duurzaam voortgaande tot de opstanding der dooden. Maar in het wezen der zaak is het één en hetzelfde. Het lichaam doet zijn dienst niet meer. Het lichaam wordt van de ziel afgenomen. De ziel in uu zonder lichaam. Maar daarom blijft de ziel dezelfde met haar bewustzijn, met haar verbeeldingsvermogen, met haar innerlijke drijving en werking en kracht. Er is van de ziel niets afgenomen. Ze is in niets verminderd. Alleen maar, ze staat voor een toe-deur. Ze kan in deze zichtbare wereld niet meer inzien. Ze kan de geluiden van deze wereld niet meer hooren. Ze kan in deze wereld geen werking of kracht meer doen. De uiting van haar kracht in deze wereld is haar belet. Ware nu voor het gewaarworden of voor het zich uiten in het Vaderhuis daarboven, soortgelijk instrument noodig, dan zou de ziel in den hemel van niets af weten en zich niet uiten kunnen. ,
,
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's