Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 320

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 320

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

316

TWEEËRLEI WIL.

uitkomen, dan ze bedoeld en ingezet waren, Het „vleesch", tusschensfeer waar te overweldigend.

we doorheen moeten,

We

zijn

er

d.

i.

heel die

ons dan te sterk, te machtig,

is

onder verkocht. In het centrum van ons

leven vrijgemaakt als kinderen Gods, maar in den omtrek nog slaven der zonde.

Wat

wil het ik

nu? Wil het het goede,

het antwoord luidt: Beide,

al

of wil het de

zonde? En

naar ge het neemt. Bedoelt ge den

wil,

zooals het herboren ik dien inzette, dan natuurlijk wil het ik het goede,

en niets dan het goede, want wat willen,

tegen het

dan

uit,

uit

God geboren is kan niets weg kan. Bedoelt ge

overmits het zaad Gods er niet uit ik,

zondigs daaren-

zooals het in den omtrek van het leven in de wereld zich

richtte de wil zich op het zondige

en wist het

te bereiken.

En is hiermede ook wat den wil betreft, het dubbele willen verklaard, dan komen ook hier natuurlijk dezelfde onderscheidingen voor. Het leven kan in ons gewekt zijn, dat het toch nog niet op den wil werkte. Het leven kan op den wil zijn gaan werken, en dus geleid hebben tot be-

maar nog

keering,

En ook

slechts op een gedeelte

van onzen wil invloed oefenen.

het leven kan door afwisseling van sterktegraad, nu eens den wil

machtig aangrijpen, dan weer zwak aandoen. Daaruit verklaren zich dan die raadselachtige tegenstrijdigheden die zich in het leven voordoen, dingen die ge

van den mensch niet

zelf verheffen, als

begrijpt.

De eene maal

zal

de mensch zich

de herboren wil zoo sterk wordt aangezet, dat

hij door heenbreekt, en de andere maal zich zelf ontzinken, en de herboren wil zoo zwak reageeren, dat hij bezwijkt op den eersten tegenstand. Doch

alles

dit

alles

laat zich

van

zelf

indenken naar de teekening die

verschillen in het bewustzijnsleven gaven

;

we gaan

we van

deze

hierop dus niet nader

Genoeg zoo maar duidelijk is gemaakt, dat het herboren ik altoos goed maar dat het willende ik in het leven, aan den omtrek van de levenssfeer, gedurig anders, soms in tegenovergestelde richting uitkomt, en dat

in.

wil,

er op die wijs twee willende ikken schijnen te

maar één is. Toch is hieraan nog iets toe Soms komt een herboren ik wijs

niet

te

verklaren

waarop onze Belijdenis het oog heeft, als

soms

zij

zijn,

er toch feitelijk

te voegen.

tot wilsuitingen

we

en daden, die

zelfs

op die

daarmee de wilsuitingen als hoofdstuk van de Dordtsche leerregels

bedoelen

in het vijfde

zegt, dat

zijn, terwijl

de uitverkorenen, ook na hun toebrenging,

komen, zonder daarom te vervallen, gelijk met de ontzettende voorbeelden van David en Petrus toelicht. Bij zulke daden toch, en bij vele andere van min ontzettend karakter, is geen sprake van een goed ingezetten wil, die zijwaarts afgebogen wordt door de invloeden van de wereld, onze zonde, en Satan, maar het geldt tot een schrikkelijken val

ze dat dan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 320

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's