In Jezus ontslapen - pagina 45
,ZIJ ZIJN GELIJK
DE ENGELEN ".
29
het kiitd, gebaard in wee eu smarte, aan hare borst met melk gevoed, zoo lang gedragen onder 't harte, verbindt het bloed. Maar sterker is de band van het paar, dat hand aan hand, verknocht om niet te scheiden", enz., en dan komt de lofverheffing van het huwelijk. Maar juist deze sterkste van alle banden werkt alleen voor de aardsche huishouding. Niet voor den hemel. En Jezus spreekt het duidelijk uit, dat deze band ook na de opstanding der dooden niet terugkeert: , Aangaande de dooden dat zij opgewekt zullen worden, als zij uit de dooden zullen opstaan, zoo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven, maa?' ze zijn gelijk engelen die iii den hemel zijlij
Is er nu onder de engelen Gods geen onderlinge kennis? Zouden de engelen, als elkander over en weer onbekend, gedachteloos bij elkander voorbijgaan? Dat stellig niet. Maar wel staat dit vast, dat hun onderlinge betrekking niet ontleend is aan den liefdeband van het huwelijk, of aan den band tusschen kind en moeder, of tusschen broeders en zusters, maar dat hun onderlinge band en betrekking zich uitsluitend regelt naar den
Gods vervullen. Ze hebben geen eigen onderling familieleven, zoodat hun religie, hun dienst van God, bij dit onderlinge leven bijl-omt, maar dit dienen van God dit zijn van „ knechten des Allerhoogsten," is al hun leven, en geen ander saamleven dan in dien dienst des Heeren is voor de engelen denkbaar. Zegt nu Jezus ons, dat, én na het sterven, én na de opstanding der dooden, de saamleving der geloovigen niet meer het karakter zal dragen, dat het hier bezat en bezitten moest, maar dat het een saamleven als van Gods heilige engelen zal zijn, dan valt hieruit niet anders te besluiten, dan dat de aardsche betrekkingen wegvallen, en dat alleen de zielsinnige betrekking tot Christus en in den dienst van God, eeuwiglijk ook ons onderling samenzijn zal bepalen. Wie dus bij het overdenken van zijn eigen sterven in de dienst dien ze in de heirschare
,
,
eerste plaats zich voorstelt, dat zijn zaligheid hierin zal bestaan dat hij zijn huiselijken kring en zijn vriendengroep, waarin hij
hier eens zoo rijk genoot, daar zal terugvinden, om op de oude manier mits dan nu geheel geheiligd het vroegere leven weer aan te knoopen en voort te zetten wordt door de stellige uitspraak van Jezus, hiertoe niet aangemoedigd, maar er beslist van afgemaand. ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's