De gemeente gratie - pagina 563
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN.
559
daarom niet aan den „last van schuld" van uw broeder. kan komen. De geestehjke schade kan ook u genaken. En zoo hebt ge een deel van zijn last over te nemen, „ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt." Het geheele verband luidt aldus: „Broeders, indien ook een mensch overvallen ware door eenige misdaad, gij die geestelijk zijt, brengt den zoodanige terecht met den geest der hebt, onttrek u ook
Wat nu nog
niet
is,
zachtmoedigheid, ziende op uzelven^ opdat ook gy niet verzocht wordt. Draagt malkanders lasten, en vervult alzoo de wet van Christus. Want zoo iemand meent iets te in zijn hij
gemoed. Maar een
zijn,
iegelijk
waar
hij
niets
beproeve
zijn
is,
die bedriegt zichzelven
eigen werk; en alsdan zal
aan zichzelven alleen roem hebben, en niet aan eenen anderen; want
een iegelijk zal zijn eigen pak dragen." Er wordt alzoo gehandeld van
een
last
van
schuld, d.
een ieder op
zijn
i.
van een geestelijke schade; er wordt gezegd dat
beurt hieraan blootstaat; en dat
men
alsnu niet een
moet laten dragen, maar dit gemeenschappelijk moet doen, gedreven zoo door den geest der deelnemende liefde, als door het voorgevoel van wat ons zelven kan te wachten staan, of reeds overkwam. Met opzet plaatsen we dezen regel van gedraging bij geestelijke schade
ieder zijn eigen last
omdat een beschouwing over de ellende, die niet nimmer bevredigen kan. Veel directeuren van Verzekeringsmaatschappijen mogen enkel op de geldelijke schade zien, dit neemt het feit niet weg, dat alle ellende uit zonde voorthier op den voorgrond,
wortelt in een beschouwing over de zonde,
komt, en dat het karakter dezer ellende altoos door het karakter der zonde
bepaald wordt. Is de zonde een aparte rekening voor elk individu, dan
komt ook de rekening van ellende voor ieder mensch op zichzelf te staan, en heeft hij met de rekening van anderer ellende niets uitstaande. Blijkt daarentegen dat de zonde niet bloot persoonlijk is, maar ook een gemeenschappelijken kant heeft, dan verandert ook de ellende geheel van karakter,
en moet ook niet
enkel
bij
het lijden en
bij
de ellende,
op ieders persoonlijke
bij
schade aan goed of leven,
verhouding gelet worden, maar óók
rekening gehouden worden met het gemeenschappelijke, dat alsdan van onzer aUer gemeenschappelijke ellende niet
is
af te scheiden. Is de
puur individueel, dan staat ook de ellende, het ieder
zonde,
persoon,
de
lijden, of
zonde
de schade van
en van elk gezin, op zichzelven. Draagt daarentegen de
schuld,
de geestelijke schade
wat men noemt een solidair
karakter, dan volgt hieruit rechtstreeks dat ook de ellende, het lijden, en
de schade aan
mede de
lijf
en goed evenzoo solidair te verstaan
persoonlijke
verantwoordelijkheid
bij
is.
Niet alsof hier-
geestelijke schade, en zoo
ook de persoonlijke verantwoordelijkheid bij stoffelijke schade verviel. Dat weet bij zonde een ieder in zijn consciëntie, en bij het sterven van haar man, ook al ontvangt ze een Hjfrente, elke weduwe wel beter. Maar het zegt ons dan toch, dat er aan de geestelijke zoowel als aan de stoffelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's