De gemeente gratie - pagina 332
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ZELFREINIGING.
328
Neem nu
ter verdere
aan,
toelichting
dat,
de mensch van oor-
gelijk
spronkelijk goed, zondaar werd, zoo ook deze plant, na opgegroeid te
zijn,
was een edele wijnstok, en als zoodanig met wortels onder den bodem en met breede ranken hoven den bodem ware uitgegroeid, maar toen wild werd en omsloeg
van tam wild werd.
dat
B.v.
om
een Nvilden wingerd, of
in
plant
bij
oorspronkelijk
het beeld van Jesaja 55 te nemen, dat die
was een myrth, en nu een
manier thans
plant
die
distel
geworden was. Dit komt op
om
een plant wel niet voor, maar
die
de beeldspraak van
den boom op den mensch te kunnen toepassen, moeten we natuurlijk van deze voor de hand liggende onderstelling uitgaan. Daar staat dan nu de eerst edele plant,
maar
geworden
die wild
en dan natuurlijk wild
is;
de
in
levenskiem, wild in de wortels, en wild in haar takken; in haar natuur alzoo verdorven dat er niets geheels aan haar
is.
Nu
wil de
landman dien blijft al wat
wilden boom weer edel maken; niet door enting, want dan
onder het entsel
wild
zit,
uit te herstellen in
maar door dien boom,
;
haar oorspronkelijken
uiteraard niets vorderen, of
de wortels
te
maken,
is
er
poogde
hij
te genezen.
van wild weer edel maakt. Ware edel in haar kiem,
zijn
dan zou
Om
dit gelukt,
maar nog wild
in
en deze levenskiem
zit,
dan zou
hij
een plant hebben
den wortel en nog wild in de takken.
de toestand van een gevallen zondaar, dien God wederbaart,
Juist dus
eveneens terstond
borgen
dit,
al
tusschen wortel en tak de verborgen levenskiem
die
kon
met de takken begon, noch ook of die wilde plant weer geheel edel maar één middel, en dat is, dat hij ingrijpt, daar waar
hij
hij
al
van binnen
die plant
staat. Stel, hij
ik,
edel,
heilig is in zijn levenskiem, d,
waar de uitgangen
levens
zijns
wortelleven, en nog wild in
zijn
zijn,
i.
in zijn ver-
maar nog ongeheiligd
takken, of in
zijn levensuitingen.
in
Om
het proces van veredeling voort te zetten, zou dan in de tweede plaats
de edele kracht uit de levenskiem in den wortel moeten gedreven worden, en drager van het nieuwe leven geworden nu toegepast op uzelven, beteekent dat diezelfde God, die wederbaarde en heilig maakte, nu in de tweede plaats door zijnen
tot die wortel geheel veredeld
ware; en
uw
ik
dit
Heiligen Geest ook het verborgen wortelleven van
nieuwe genade in
één stip des
dood
toe,
Maar
Een werk Gods, dat
heiligt. tijds
en eerst in
iets heel
begonnen en voleind
uw
anders
niet, is,
uw
wezen, door telkens
evenals de wedergeboorte,
maar dat voortgaat
is
de veredeling der takken.
De
onder den grond, maar de takken komen in het leven
uw
de wortels van
Geestes,
maar de takken vormen de
de wereld, en waarin ieder u
Dat geschiedt dan ook
uwen
ziet.
uit;
en zoo ook
verschijning
waarmee ge uitkomt
Dien opgewassen stam nu en die
in strengen, vollen zin edel te niet.
wortels schuilen
inwendig leven in den mystieken grond des
schuilen
geschoten takken weer
tot
sterven voleind wordt.
maken,
is
in
uit-
onmogelijk.
Die stam en die takken blijven gespaard,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's