De gemeente gratie - pagina 385
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZIENIGHEID EN SCHEPPING,
381
op zichzelf bestaan, zoodat God voortaan niets te doen heeft, dan mogelijke schade aan het bestaande te herstellen, en het te voorzien van het noodige.
Dan d.
toch zou
w.
aan de wereld
worden toegekend, dat ze
iets
een zelfstandig bestaan buiten God. Het zou dan
z.
bouwmeester, die een huis heeft gebouwd
nu verder van dat huis is,
ook
al
Als
God de wereld geschapen
nisme
is
aan
huis overleeft
is.
heeft, is er niet één oogenblik denk-
Hem
zou hebben. Die
geen ineengezet mechanisme, maar een organisme, en
dit orga-
en bestaat niet dan door inwonende krachten, en die
leeft
wonende krachten of
zijn
voorkomend ongeval, aanbrengen, Maar zoo is het met deze wereld
baar, dat die wereld een zelfstandig bestaan buiten
wereld
hij,
blijft
hij, bij
herstel van schade noodig
tot
niet.
als
om dan wat het
aan ging haperen,
zulk een huis
denkt ge u den bouwmeester weg. Sterft
hem, en een ander kan zoogoed
wat
Immers
met een
casu de Schepping), en die
(in
af was, totdat er iets
herstellend tusschenbeide te treden.
niet bezit,
zijn als
zijn
God
iets buiten
der wereld werken en
geen krachten, die ontleent,
maken
maar
alle
dit
organisme
in-
uit zichzelf bezit,
krachten, die in dit organisme
dat die wereld bestaan
blijft,
zijn
kradden
Gods. Gelijk een dichter die een zang in het hoofd heeft, maar dien zang
nog niet neerschreef, noch voor anderen uitzong, dien zang alleen in
zich-
zelven heeft, en, gelijk dit vroeger pleegt te geschieden, dien alleen zelf
voor anderen, uitroepen of uitzingen kan, met dien verstande, dat die zang wegsterft als
zoo
is
hij
en alleen gehoord wordt,
sterft,
als hij dien uitspreekt,
het ook met de wereld van God. Heel de wereld en alles in die
wereld heeft nergens in zichzelf of buiten zichzelf een standpunt, waarop het rust, noch een kracht waardoor het bestaat en werkt, dan alleen in
de kracht van God. Denkt ge u dat
oogenbhk ophield,
baar
in
als
God de Heere ook maar één
wat bestond
zijn
Goddelijke
ondeel-
kracht te
maar zinken en vergaan, maar sterker nog, plotseling en onmiddellijk ophouden te bestaan en aanzijn te hebben. Ook gij persoonlijk, met het leven uws lichaams, en het leven uwer ziel, en het leven uws verstands, en het leven van uw hart, en het leven uwer zintuigen, en het leven om u heen, blijft alleen daardoor bestaan, dat van oogenblik tot oogenblik God Almachtig eiken bloeddrop in u onderhoudt, elke zenuw in u spant, elke kracht in u werken werken, zoo zou op datzelfde oogenblik
doet, en alzoo heel
Van wat
die
zijde
uw
alles, niet alleen
aanzijn bevestigt en levend houdt.
de zaak bezien kunt ge dus zeggen, dat
God
hetzelfde
Hij deed, toen Hij alle dingen schiep, ook daarna bleef doen, toen Hij
het geschapene onderhield. Gelijk Hij in de ure der Schepping wilde dat
de dingen er
zijn
zouden, en door
zijn
almogendheid dien wil verwerkelijkte,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's