Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 192

2 minuten leestijd

-NU KEN IK TEN BEELe'

176

aau Paulus, gezichten en profetieën ten deel gevallen, van al kennis blijft de regel gelden dat ze zal te niete gedaan worden. Het gebrek, dat aan al deze onze kennis van God kleeft, is niet maar dat ze onvolledig is. Ook in haar soort is ze gebrekkig. Daarom wordt ze niet aangevuld maar ze gaat te niet en dan komt er een heel andere soort kennis voor in de plaats: rechtstreeksche kennis, onmiddellijke kennis, kennis die niet aangeleerd wordt, maar uit de dingen ons wezen zelf toespreekt, een kennis die altoos en in elk opzicht volmaakt is. Dit sluit daarom het verband met wat we hier kennen niet uit. Het is en blijft toch de kennis van dezelfde wezeuheid. Maar het soort van kennis zal heel anders wezen. Als het verschil tusschen het staren op het portret (dat is het spiegelbeeld), en het zich verlustigen in de aanschouwing van het levende voorwerp uwer liefde in volle werkelijkheid. De apostel vergelijkt het })ij wat een man voelt over zijn voorstellingen als kind. Dat was toen waar voor hem, daar leefde hij toen in, hij kon het zich niet anders denken. Maar nu, man geworden, lacht hij om die kinderlijke voorstellingen. „Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind. Maar nu ik een man gew(jrden ben zoo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was." En zoo gaat het ook met wie in Jezus ontsliep. Voor hem en werd al wat ten deele was, voor haar kwam het volmaakte die

,

,

,

,

,

te niet

gedaan.

Hieruit blijkt opnieuw, dat er voor wie in Jezus ontsliep, geen worden meer is, maar enkel een zijn. Hier wassen en toenemen, daar een eeuwiglijk zijn in volmaaktheden. Want let wel men kan niet wassen en toenemen of men vermeerdert zijn kennis. Vermeerdert ge nu heden in keunis, zoo was uw kennis van gisteren een kennen ten deele. Wie alzoo bij onze ontslapenen een voortgaan in ontwikkeling, een toeneming in heiligheid, een wasdom in genade onderstelde, zou daarmee tevens -het kennen ten deele" in de eeuwigheid overbrengen, en dat verbiedt het apostolisch woord. Of is het niet zoo, dat een kennis die nog gaandeweg toeneemt en blijft toenemen, het merk van het o/^volmaakte draagt en nooit vol,

maakt kan Dat is

zijn? alles

,

iets

waarop

niet

met genoeg nadruk

te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's