De gemeente gratie - pagina 472
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TEGEN DEN VLOEK.
468
Stond het dan alzoo, dat wij onder alles wat oordeel, straf en vloek is, lijdelijk verkeeren moesten, en dat het ons niet vrij stond daar tegenin te gaan, zoo zou de mensch zich moeten hebben laten doodvriezen. Nu we daarentegen zien, hoe God zelf ons dit heel anders leert, en zelf het deksel waarmee we ons bekleeden zullen ons aanwijst, nu staat het vast, en valt hier niet langer tegenin te redeneeren, dat God het lijdelijk bezwijken
onder de gevolgen van den vloek veroordeelt, en daarentegen het bestrijden van de gevolgen van den vloek ons ten plicht stelt, en zulks wel door het gebruik van
al
zulke middelen, als Hij ons aanwijst of ontdekt. Natuurlijk,
God had evengoed den mensch,
als
den leeuw of
tijger,
een pels aan de
huid kunnen doen groeien. Ons hoofdhaar bewijst het, en Ezau toont hoever dit
kan gaan. Maar God heeft
dit niet gewild.
De mensch zou naakt
om
blijven,
en, naakt zijnde, zou hij zelf de hand moeten matige wijze, door het omzien naar bekleeding te bedekken. En mochten er nu onder onze lezers zijn, die de kracht van onze bewijs-
uitsteken,
voering loochenden, omdat
sprake
is,
h.
hier van een bedekking tegen
i.
Er
ze dit bewijzen.
zij
staat,
koude geen
van hun aan dezulken de ernstige vraag voorgelegd, hoe dit zullen ze toestemmen, in het verhaal van
en de omkleeding met een dierenvacht
schaamte bedoelde, dan
zich op kunst-
alleen bedekking
Genesis geen woord van; iets wat onverklaarbaar
waar kort
is,
te
voren
gewezen was, bij de bedekking die Adam en Eva zelven in het vijgeblad zochten. Bovendien is, gehjk we reeds opmerkten, het hier voor „rok" gebezigde woord er tegen. Dat woord wordt nooit voor een vrouwenrok gebezigd, maar bijna altijd voor wat wij nog in borstwel terdege op
dit doel
rok overhebben. Het
is
een kleed, dat
om
de schouders wordt gehangen.
Hetzelfde woord wordt dan ook gebezigd, om den priester-rok en den Levieten-rok uit te drukken. En ook het woord gebezigd voor: hij trok ze hun aan, duidt in het minst niet op een omgorden om het middel, maar steeds op een bekleeden Ieder kenner van het Hebreeuwsch zal ons dit, én wat het woord ketooneth, én wat het werkwoord labasch betreft, on:
:
voorwaardelijk toestemmen. glad verkeerde uitlegging
We is,
houden op dien grond vol, dat het een
hier aan een bedekking der schaamte te
denken. Daar staat niets van, en de gebezigde uitdrukkingen weerspreken het.
Maar
neen),
zelfs al gaf
dan nog
ten
stelligste.
Ook
gevolg van de zonde.
de Heere
we
men
niet,
dat
toe,
dat dit de zin der woorden kon
zijn (des
de bewijsvoering haar kracht behouden. Het bange
schaamte was
gevoel van dit
blijft
in
het Paradijs onbekend.
dit gevoel
De
Schrift betuigt
van schaamte was alzoo uitsluitend een
En ook dit benauwende en beklemmende we lijdelijk dragen zullen. Integendeel, Hij
gevoel wil eischt dat
het zullen tegengaan en bestrijden, en daartoe het middel der bedek-
aanwenden. En niet het gebruik van de daartoe noodige middelen, maar het nalaten van die middelen zou ons tot zonde zijn. Hoe
king zullen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's