De gemeente gratie - pagina 438
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE NATUUR NIET IRRELIGIEUS.
434
Vraagt
men
zich toch
af,
m
hoe het werk Gods
de onderhouding en de
regeering der wereld toegaat, dan dringt zich aanstonds de overtuiging aan
ons op, dat
voor een deel te verstaan
dit slechts
werking Gods, buiten
alle
van het werk Gods plaats
een rechtstreeksche
is als
middel om, en dat verreweg het grooter deel grijpt
door middel van
dat reeds bestaat.
iets
men nog
Als er een mensch geboren wordt, dan moge
zooveel uit de
generatie van den vader en uit de ontvangenis, de dracht en het baren
der moeder verklaren, niet enkel wat het hchaam, maar ook wat erfschuld
en erfzonde, ook wat aanleg en bestaanswijze betreft, maar dan in
tot aanzijn
dit
altoos
Gods
iets
over,
in ligt. Dit
blijft
er
komen van een mensch die er eeuwiglijk zijn zal, toch waarvan we belijden, dat er een rechtstreeksche daad
moge onbedachtzamelijk door velen
te
breed
opgevat,
zijn
en daardoor de samenhang met vader en moeder, en zoo met heel het geslacht te zeer uit het oog
zijn
toch
verloren,
was het goed dat onze
Gereformeerde theologen steeds tegen het Traducianisrae van Augustinus protest indienden door
hun opkomen voor het Creatianisme.
Zij
iemands geheele persoonlijkheid uitsluitend
er niet in rusten, dat
van generatie zou worden verstaan. De
ziel
konden
als
vrucht
des menschen moest recht-
met God zelven naar haar diepsten oorsprong, in verband worden gezet. En al gingen ze hierbij nu vaak te ver, en al verwaarloosden ze op dit punt te zeer de beteekenis van het Verbond, hun protest tegen het Traducianisme had toch diepen zin en heilige bedoehng, en onze Belijdenis zou schade lijden, zoo we dit protest varen lieten. Voor hen, die deze vreemde termen niet terstond verstaan, zij hierbij gevoegd, dat men met Traducianisme de leer bedoelt, dat de ziel des menschen het product zou zijn van de generatie, en dat alzoo de ziel van een mensch uit het zielsleven van zijn vader en moeder zou zijn afgeleid; terwijl omgekeerd het streeks
Creatianisme bedoelt, dat er in het tot aanzijn komen van een menschenziel
een diepste
iets
is,
dat niet uit de generatie
rechtstreeks door schepping ontstaat.
zoo ver van te meenen, dat de
God
Soms
ziel eerst
dreef
is
af te leiden,
men
dit
maar
laatste
meerdere maanden na de
zelfs
ont-
den eerst „ongevormden klomp" (Psalm 139 16) ingeschapen. Vooral toen ook de Luthersche theologen het Traduciawerd nisme gingen aanhangen, kreeg het Gereformeerde protest hiertegen een vangenis door
hoogere beteekenis.
in
En nu
:
in onze
dagen ook ten onzent de Ethische
theologen schier allen tot dit Traducianisme neigen, dat wij
onzerzijds
stelling in verzet
Ook aanzijn
is
het te meer zaak
tegen deze de menschelijke natuur verlagende voor-
komen.
afgezien echter van dit rechtstreeksche
komen van eens menschen
ziel,
is
werken Gods
in
het tot
het duidelijk, dat er in den
diepsten grond der dingen allerlei mysterieuse werkingen
zijn,
die
geen
tusschentredend middel toelaten, en geen tusschentredend middel toelaten,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's