In Jezus ontslapen - pagina 165
,
BEKLEED MET REIN EX BLINKEND FIJN LIJNWAAD ".
149
verreweg de meesten sterven toch weg nit dit leven, eer ze dien hoogereu leeftijd bereikt hadden. Duizenden hij duizenden sterven zelfs weg in de wieg of ook nog eer ze in hun wieg werden neergelegd. Wat verleiding der zinnen heeft nu een kindeke van enkele dagen of enkele weken gekend? Wat heeft zoo'n verkwijnend en vroeg verdwijnend wicht in vleesch en bloed gezondigd? En wat maakt het voor zulk een vroeg wegstervend wezentje uit of het zieltje van dat nog geheel onontwikkeld lichaampje wordt afgescheiden, en hoe zou dat voor zulk een wicht het af-ïtervi'ii ran de zonde zijn? Ook hierin gevoelt ge toch, dat dit afsterven van de zonde dieper moet liggen. Neen, het kan niet zijn een afsterven van onze bewuste zonden een afsterven van onze begane zonden een afsterven van die dadelijke zonden, die ons gevangen hielden want dan zou er van „ afsterven van zonde " alleen bij ouderen van dagen sprake kunnen zijn. Het moet een afsterven niet van deze zonden maar van de ,
:
,
macht, als gif, als zielsveniju, wezen. Het moet een uitlichten van heel ons wezen uit de sfeer Vier zonde zijn. Het kan niet wezen het losmaken van den band tusschen ziel en lichaam, die straks toch weer gelegd wordt. Het moet genade zijn. Een daad van almachtige genade. Een genade die onze heiligmaking voltooit.
zonde
als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's